Home / Blog / Aandeel informatie op tv gestegen vanaf 1957

Aandeel informatie op tv gestegen vanaf 1957

LATER LEZEN

Over televisie wordt vaak geklaagd. Een van de beschuldigingen is dat het een entertainmentmedium zou zijn, waar weinig plek is voor nieuws en achtergronden. Bovendien bestaat het idee dat dit steeds meer het geval wordt, dus dat de ruimte die er is voor zulke programma’s afneemt. In een recent artikel [abstract] onderzoeken communicatiewetenschappers Rosa van Santen en Rens Vliegenthart in hoeverre dit klopt. Ze trokken een steekproef van 750.000 televisieprogramma’s tussen 1957 en 2006.

Alle programma’s werden gecodeerd op inhoud (bijvoorbeeld nieuws) en vervolgens toegewezen aan een van drie categorieën: zware informatie (nieuws en actualiteitenprogramma’s), infotainment (talkshows) en entertainment (soaps, series etc.). Er werd ook bijgehouden hoe lang het programma duurde.

De resultaten laten zien dat er meer zware informatie op televisie is gekomen, in een gevarieerd programma-aanbod. Hierbij zit een grote maar: op prime time is er meer infotainment gekomen. Dit gaat met name op voor de commerciële zenders.

De onderzoekers onderscheiden drie historische periodes. De eerste periode is die van partizaanlogica. Televisie was een nieuw medium en partijen hadden directe toegang tot de media. In deze tijd was het aandeel entertainment het hoogst: 79 procent. Zware informatie omvatte 17 procent van het televisieaanbod.

De tweede fase is die van publieke logica. Vanaf eind jaren ’60 professionaliseerde de journalistiek en kwam er een tweede kanaal. Dit was de glorietijd van politieke communicatie en er werd meer tijd besteed aan informatie: 19 procent. Het aandeel entertainment was toen 77 procent.

Midden jaren ’90 startte de periode van medialogica die gekenmerkt wordt door sterke competitie tussen zowel journalisten als politici. Opvallend is dat het aandeel entertainment daalde en dat er meer infotainment kwam: van vier procent in de vorige fasen tot 10 procent bij de commerciële omroepen en 8 procent bij de publieke omroep. Bij de publieken stijgt het aandeel informatie in deze periode tot 25 procent.

Er dus geen bewijs voor de veronderstelling dat het bergaf gaat met informatievoorziening via televisie. In tegendeel, vroeger was het erger.

DEEL DIT BERICHT