Home / Blog / Anekdote over effecten overtuigender dan representatief onderzoek

Anekdote over effecten overtuigender dan representatief onderzoek

LATER LEZEN

Het derdepersoonseffect (ook wel derdepersoonsperceptie) is een bekend concept in de communicatiewetenschap. Het houdt in dat mensen denken dat media een slecht effect hebben, maar op anderen en niet op henzelf. Anders gezegd: gewelddadige videospelletjes maken anderen agressief, maar mij niet. In een recente studie [abstract] wordt onderzocht waar dit beeld vandaan komt. De auteurs onderzochten het effect van twee manieren van ‘bewijs’ leveren in de media: door met onderzoek en statistiek te komen, of door een anekdotisch verhaal te vertellen.

De respondenten (257 in totaal, allemaal bachelorstudenten media) vulden eerst een vragenlijst in over hun gebruik van en opvattingen over games. Vervolgens werden ze verdeeld over vier groepen (condities) en kregen ze één krantenbericht voorgelegd. Er waren dus vier varianten van dat bericht. Twee varianten stelden dat games onschadelijk waren en twee dat games schadelijk waren. Daarnaast was er verschil in de manier van bewijs leveren: een met statistiek (1000 respondenten), de ander met een verhaal over ene Bill Jones, “a college senior who spends 50 hours a week playing games, and his experiences were examples of such intensive play either with or without harmful outcomes”. Vervolgens vulden de respondenten een vragenlijst in over game-effecten.

Uit de analyse blijkt dat de respondenten die het schadelijke verhaal met de anekdote lazen, meer vinden dat anderen gevoelig zijn voor deze effecten. Oftewel: als er in de media een portret geschetst wordt van één persoon die schade ondervindt van gamen, denken de lezers meer dat gamen slecht is voor anderen. Deze resultaten zijn opmerkelijk: van dat bericht met n=1 gaat dus grotere overtuigingskracht uit dan van een bericht waarin staat dat onderzoek onder 1000 gamers laat zien dat gamen slecht is (nb: de respondenten waren studenten). De auteurs koppelen dit direct aan de aard van het derdepersoonseffect: in het voorbeeld met de ene gamer is er sprake van één duidelijk herkenbare ander. Het sluit dus direct aan op dat idee dat effecten groter zijn voor iemand anders.

DEEL DIT BERICHT