Home / Blog / Dance & gentrificatie: pas op voor een nieuwe Trouw

Dance & gentrificatie: pas op voor een nieuwe Trouw

LATER LEZEN

IMG_9649Dance is big business. Tiësto en Afrojack worden gezien als belangrijke exportproducten – samen verdienen ze 50 miljoen euro. De markt voor grote evenementen rond electronic dance music (EDM) groeide van 82 miljoen euro in 2002 naar 138 miljoen in 2012. De schattingen van de economische impact van ADE lopen uiteen van 30 tot 55 miljoen euro. Toch heeft dance nog steeds een enigszins undergroundimago. Al die omzet wordt gedraaid in de nacht, buiten het zicht van brave burgers en bestuurders.

Easyjet-setters
De impact van dance op de economie geschiedt niet alleen in termen van omzet. In een blogpost op Luifabriek (een opiniërend muziekblog) legt Matthieu Foucher de relatie uit tussen dance en gentrificatie. In Berlijn wordt er al lang geklaagd over Easyjet-setters, de toeristen die komen voor het uitgaansleven maar die in slipstream zorgen voor stijgende huren. Ook in Parijs is dit gaande. Foucher stelt dat Amsterdam historisch gezien altijd al goed was in het commercieel uitbuiten van haar reputatie als feeststad.

Ongebruikte (of onwenselijke gebruikte) plekken in de stad worden door dance aantrekkelijk gemaakt. Club Trouw moet op 3 januari 2015 de deuren sluiten. De club heeft sinds haar start in 2009 ervoor gezorgd dat de Wibautstraat een bestemming werd. Zo aantrekkelijk zelfs dat er nu gebouwd wordt aan een groot studentenhotel. Investering: 60 miljoen. Een ander voorbeeld dat Foucher aanhaalt is de NDSM-werf:

“By transforming, for instance, former shipyard into a consumable leisure area for concrete-enthusiast urban explorers and other creative heads fond of graffiti, Amsterdam’s government ensures the economical development of the North shore. Its gigantic hangars and warehouses often welcome overpriced raves. Ironically, it is ‘counterculture’ piloted by the city council; a counterculture that now allows the progressive cleaning of this post-industrial zone, a long-abandoned area that was previously known for trafficking of all kinds.”

Incorporatie
Het is onvermijdelijk dat subculturen worden opgenomen door de mainstream. Dick Hebdige beschreef in Subculture: the meaning of style (zie hier) twee vormen van incorporatie. Dat kan commercieel, door de stijl en kenmerken van een subcultuur te populariseren: als het bij de H&M hangt, is het niet meer subversief. Het kan ook ideologisch, waarbij de media de angel uit een subcultuur halen en ervoor zorgen dat een subcultuur wordt “trivialized, naturalized and domesticated” (p. 155). De berichten over dance als industrie waarmee ik begon zou je daar als een voorbeeld van kunnen zien.

Amsterdam heeft een lange traditie van incorporatie van tegenculturen. Zo werden in de jaren ’80 krakers niet alleen bestreden met tanks in de straat, maar ook met overleguurtjes met de gemeente. Als iemand meepraat aan tafel, gaat hij vanzelf met je meedenken. Het nachtburgemeesterschap in Amsterdam zou je daar als voorbeeld van kunnen zien. De nachtburgemeester is een geïnstitutionaliseerde gesprekspartner.

De incorporatie van een subcultuur betekent gelukkig niet het einde van culturele tegengeluiden. Er zullen altijd nieuwe, jonge, frisse tegendraadse mensen zijn die culturele uitingen aandrijven die niet in het belang van de status quo zijn. De les uit het stuk van Foucher is dat we onze ogen daarvoor niet moeten richten op de mensen achter Trouw of Meubelstukken. Als je kritisch bent over gentrificatie, en begaan met sociale insluiting en gelijkheid, laat je je dus niet voor hun karretje spannen.

DEEL DIT BERICHT