Home / Blog / Dansen aan de randen en snuiven op pakjesavond: trends in uitgaan in Amsterdam

Dansen aan de randen en snuiven op pakjesavond: trends in uitgaan in Amsterdam

LATER LEZEN

Amsterdam groeit. De nieuwe bewoners zijn grotendeels jongvolwassenen: studenten en hoogopgeleiden die na hun studie in Amsterdam blijven of gaan wonen. Dat heeft een effect op het uitgaansleven in de stad. De Antenne 2014 [PDF], de jaarlijkse monitor van Jellinek en het Bongerinstituut van de UvA, bespreekt de trends.

Ieder jaar richt de Antenne zich op een andere uitgaansgroep. In 2014 waren dat cafébezoekers, en dat met name jonge cafébezoekers. Daarnaast bevat het rapport inzichten uit 21 interviews met leden van het onderzoekspanel. We bespreken hier eerst algemene trends in het uitgaan, afkomstig van de panelleden. Morgen behandelen we de survey onder cafébezoekers. In de monitor is een apart hoofdstuk opgenomen over buurtjongeren dat we ook apart bespreken.

Veranderingen in het aanbod
Naar schatting zijn er in Amsterdam zo’n 80 danslocaties. Dat zijn voor de helft clubs, en voor de andere helft feestzaaltjes, feestcafés en studio’s. Ze trekken zo’n 50.000 bezoekers per vrijdag- of zaterdagavond (de reguliere cafés zitten hier dus niet bij). De jonge instromers trekken nog wel naar het centrum: voor hen is het belangrijk eens in de Sugar Factory te zijn geweest. Meer ervaren uitgaanders zoeken de rafelranden van de stad op. Ook huis- en parkfeestjes groeien aan populariteit. Vanwege de vele festivals staat het clubleven in de zomer op een laag pitje (zie ook: trends in festivals).

De sfeer en de veiligheid wordt meestal bewaakt door portiers en een door bitch. Waarop gelet wordt is afhankelijk van het soort feest: hoe jonger de bezoekers, hoe meer controle op IDs. Openlijk drugsgebruik betekent eruit gezet worden. Over portiers wordt veel geklaagd, bijvoorbeeld over hun selectie of te snel overdragen aan politie. Daarnaast zijn toeristen en ‘boeren’ een bron van ergernis voor de panelleden. Ook het gebrek aan gratis water leidt tot veel klachten. Tot slot zijn er de gebruikelijke verzuchtingen over verkeerde muziek, luie dj’s en commercialisering.

Drugsgebruik
Het rapport bevat ook kwalitatieve inzichten in het drugsgebruik van de panelleden. Alcohol wordt door driekwart gebruikt in wisselende hoeveelheden. Als er xtc wordt gebruikt, wordt er minder gedronken. Op urbanfeesten is er een voorkeur voor dure drank die in hele flessen wordt gekocht. Op techno-avonden wordt veel water gedronken, op urbanavonden gebeurt dat niet. Speciaalbieren en gintonics zijn erg in momenteel.

Van de stimulantia scoort xtc het hoogst. Het gebruik is toegenomen sinds 2010, maar ligt minder hoog dan in 2001. Xtc is gebonden aan feesten: niemand gebruikt het dagelijks, ongeveer één op de tien (bijna) wekelijks en rond de helft maandelijks. Mensen die antidrugs zijn, gaan vaak in de zomer overstag voor een pilletje op een festival. Er wordt veel over veilig gebruik gepraat.

Over cocaïne is meer verdeeldheid onder de panelleden. Er is veel aandacht voor negatieve kanten van gebruik. De wereld van cocaïne is volgens de panelleden minder zichtbaar dan xtc. Toch wordt er vaak in groepsverband gebruikt:

“Gebruikers houden er bij cocaïne verschillende rituelen op na. Meestal legt de groep geld in en wordt de dealer verwittigd. De cocaïne wordt vervolgens onderling verdeeld. In de ene groep worden er netjes lijntjes getrokken, bij anderen wordt het pakje op een plaat leeggeschud, waarna een ieder zijn gang mag gaan. In sommige netwerken wordt te pas en te onpas gebeld voor cocaïne. Snuiven in de horeca komt ook voor, maar dat is omslachtiger. Het is niet ongewoon dat gebruikers cocaïne alleen op speciale momenten regelen. Die momenten spelen zich vaker af in het privédomein. Op een verjaardag, een trouwerij of tijdens een goede film. Als Ajax Europacup speelt, tijdens de kerstdagen of op pakjesavond” (p. 51).

Tot slot is het noemenswaardig dat 4-FA sterk wordt gezien als de grote stijger. Het geeft een fijner gevoel, het is minder hevig, beter controleerbaar en daardoor ook veiliger dan ecstasy. Ook de drugskater is minder hevig.

Groepen en  media
Dance en urban zijn de twee hoofdstromingen. Niet alleen de muziek en de locaties verschillen tussen de twee, ook het uiterlijk en de presentatie van de bezoekers:

“Housers hebben minder attitude, willen meer in de muziek opgaan en uit hun dak zijn. Op urbanfeesten wordt meer individueel en binnen de beslotenheid van de eigen groep gedanst. Ze zijn meer met telefoons en foto’s in de weer dan op dancefeesten. Sommigen hebben flirten tot kunst verheven; anderen zien een feest vooral als een ideale pick-up-place voor seks” (p. 35).

De feestcultuur wordt sterk gevoed door sociale media. Op Facebook zijn er allerlei (gesloten) groepen waarmee feestjes gepromoot worden. Ook Whatsapp speelt een belangrijke rol in de kennisgeving van feesten. YouTube-filmpjes worden steeds belangrijker. Flyers worden minder uitgedeeld vanwege de hoge kosten. In plaats daarvan worden mensen betaald om op Facebook over een feest te praten. Een panellid:

“‘We werken met 300 promotors die positieve verhalen over feesten op Facebook posten en soms negatieve ten nadele van een ander event. Het zijn coole mensen met veel online vrienden. Facebook is niet objectief meer. Het is nep; we verdraaien ervaringen zodat meer mensen naar een event gaan. Daarna posten we weer hoe geweldig het was. Maar of het vet was? Geen idee. De klant betaalt. We verdienen 10 keer meer met advertising dan vorig jaar” (p. 37).

Exclusiviteit blijft essentieel. In de toekomst mogen we meer proeven verwachten van feestorganisaties die de coördinaten van een geheime feestlocatie via ticketscript pas op het allerlaatste moment doorgeven. Aan de andere kant is een tegenreactie op sociale media onvermijdelijk. Misschien toch de terugkeer van de offline flyer?

DEEL DIT BERICHT