Home / Blog / De 7 betekenissen van het Eurovisiesongfestival

De 7 betekenissen van het Eurovisiesongfestival

LATER LEZEN

Het Eurovisiesongfestival is al vanaf het begin in 1956 een van de belangrijkste televisiemomenten van het jaar. Ooit begonnen als mogelijkheid om gezamenlijk aan een televisieproject te werken, trekt het evenement momenteel zo’n 125 miljoen kijkers. De zangcompetitie draait om veel meer dan alleen zingen. Net als bij internationale sportwedstrijden raakt én polariseert het Eurovisiesongfestival kijkers uit verschillende landen. De betekenissen die het festival aanneemt in verschillende landen zijn onderzocht door de Duitse Irving Wolther [abstract, Popular Music].

1. Media

Op de eerste plaats is het een media-gebeurtenis. Wolther noemt het een “media-staged pseudo-media event”  dat wil zeggen een evenement gehouden door de media met als enige doel meer media-aandacht. Nationale omroepen zijn vrij in de wijze van nationale kandidaten selecteren. De nationale omroepen grijpen dit aan om te laten zien wat ze allemaal op poten kunnen zetten.

2. Muziek

De liedjes door de jaren heen laten een duidelijke dominantie van popmuziek zien. De Anglosaksische invloed op Europese muziekculturen is daarbij onmiskenbaar. Desalniettemin zien nationale publieken hun inzendingen toch als representatief voor hun cultuur. Het dient daarbij opgemerkt te worden dat de toevoeging van zogenaamde ‘etnische elementen’  niet zozeer daadwerkelijk cultureel-historische wortels toont, maar eerder een actieve constructie in het heden van de geschiedenis van het land.

3. Muzikaal-economisch

De regelgeving rond het Eurovisiesongfestival heeft ervoor gezorgd dat deelname voor de platenmaatschappijen niet interessant is. Nationale omroepen hinderen commerciële uitbating en marketing. Het versoepelen van de regels in 1998 heeft daaraan weinig veranderd.

4. Politiek

De politieke dimensie verschilt per land. Voor de voormalige Oostbloklanden was het festival bijvoorbeeld een manier om politieke, economische en culturele isolatie te overkomen. Daarnaast zijn er voorbeelden van censuur op politieke inhoud van liedjes en verschijningen van ministers en staatshoofden om hun populariteit te vergroten.

5. Nationaal cultureel

Hoe meer een natiestaat zicht gehecht voelt aan hun cultuur, hoe meer trots in het tot uiting brengen hiervan in de inzending. Daarbij gaat het aan de ene kant om iets uniek te laten zien, aan de andere kant wordt er gebouwd aan een cross-nationale identiteit. Het gebruik van culturele en etnische stereotypen is daarbij niet altijd bewust.

6. Nationaal-economisch

Het organiseren van het Songfestival is kostbaar, maar winstgevend. Er worden extra inkomsten gehaald uit toerisme en het festival biedt de mogelijkheid reclame te maken voor de export van lokale goederen. Gastlanden geven aan voordeel te hebben gehad bij de organisatie.

7. Competitie

Waar vroeger op liedjes gestemd werd, staan nu de namen van de landen op de scoreborden. De nadruk is daarmee van competitie tussen muziek komen te liggen op de competitie tussen landen. Er is de laatste jaren veel aandacht geweest voor de afname van populariteit van West-Europese landen. Onderzoek laat echter zien dat er geen sprake is van blokvorming in het stemmen (d.w.z. dat bepaalde landen op hun buren stemmen uit politieke overwegingen). Er zijn wel geografische overeenkomsten, maar die wijzen op een culturele bias.

Overigens is er in de statistieken geen enkele aanwijzing te vinden dat zingen in het Engels meer kans op winst biedt. Dat is eerder een aanname van de nationale omroepen bij het organiseren van de selectierondes.