Home / Blog / De queeste om magie in muziekindustrie wetenschappelijk te verklaren

De queeste om magie in muziekindustrie wetenschappelijk te verklaren

LATER LEZEN

“Secrets of pop success revealed, scientists claim” kopte de BBC vorige week. Een groep onderzoekers gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie van de University of Bristol heeft op basis van computerberekeningen ‘vastgesteld’ welke popliedjes een hit zijn en welke niet. Hoewel het onderzoek nog niet gepubliceerd is in een peer-reviewed tijdschrift (de resultaten zijn dit weekend op een conferentie gepresenteerd), treden de onderzoekers groots naar buiten met een website waar een heuse Songameter aangeeft welke liedjes een verwachte hit waren en welke een verrassing.

Voorspellen en verwachten
Hier vinden we al de eerste nuancering bij het onderzoek. Met het model wordt niet het geheim van muzieksucces voorspeld, maar wordt bekeken of voorspeld kan worden of iets een hit wordt. Op basis van muzikale kenmerken zoals tempo, duur en harmonische eenvoud kunnen de onderzoekers met een nauwkeurigheid van 60 procent vaststellen welke hits een verrassing waren en welke voorspelbaar waren. Zestig procent is een kleine nauwkeurigheidsmarge. Dit is ook niet gek: er komt immers veel meer kijken bij een hit dan de muzikale kenmerken van het liedje.

In 2009 promoveerde communicatiewetenschapper Koos Zwaan op het succes van popmuzikanten. Hij onderzocht welke persoonsgebonden eigenschappen van invloed zijn op succes. Hij concludeert dat de meest succesvolle popmuzikanten vaker man zijn, een hoger opleidingsniveau hebben, vaker een partner hebben, meer sociale steun ervaren en meer ervaring hebben met optreden. Qua persoonlijkheid zijn het spontane en slordige mensen. Wanneer deze groep over een periode van drie jaar wordt bekeken, komt naar voren dat sociale steun, een professionele houding en een professioneel netwerk bepalend zijn voor het hebben van succes in de muziekindustrie.

Magische formule
In tegenstelling tot de onderzoekers uit Bristol benadrukt Zwaan de beperkingen van zijn onderzoek. Hij keek ‘slechts’ naar de eigenschappen die succesvolle muzikanten met elkaar gemeen hebben. Beide onderzoeken kijken bijvoorbeeld niet naar het charisma en uiterlijk van de muzikant, naar talent en muzikale vaardigheden, of naar genre en doelgroep. De definitieve formule voor succes zal deze factoren ook in ogenschouw moeten nemen. Het is daarbij ook de vraag of wetenschap deze magie wel kan en moet willen ontrafelen.

Bekijk hier het persbericht van het Bristol-onderzoek. Het proefschrift van Koos Zwaan staat hier online.

 

DEEL DIT BERICHT