Home / Blog / De rechter en realitytelevisie: mediamakers behouden macht

De rechter en realitytelevisie: mediamakers behouden macht

LATER LEZEN

Twee opmerkelijke uitspraken in korte tijd achter elkaar van de rechtbank over deelnemers van realitytelevisie. Een deelnemer aan Idols (geproduceerd door FremantleMedia) en een deelnemer aan Mijn Leven in Pijn (van Blue Circle) klaagden de makers aan omdat zij niet wilden dat hun deelname uitgezonden werd. In beide gevallen werden zij in het ongelijk gesteld.

De rechter oordeelde over Idols:

“Uit alles blijkt dat hij op zoek was naar publiciteit. Hij wist dat Idols een landelijk goed bekeken tv-talentenjacht is. Ook moet het hem duidelijk zijn geweest dat Idols erop gericht is het aanbod van Nederlands zangtalent ‘in de breedte’ te laten zien. Idols onderscheidt zich hierin niet van andere tv-talentenjacht programma’s. [eiser] heeft eerder ook aan soortgelijke programma’s meegedaan zoals X-factor en Hollands Got Talent. Niet alleen de goede zangers, maar ook de slechte zijn een gebruikelijk onderdeel van dergelijke programma’s. In de Overeenkomst staat ook dat [eiser] op de hoogte is van de aard van het programma. De conclusie is dat [eiser] moet hebben begrepen dat zijn toestemming en medewerking aan Idols ertoe zou kunnen leiden dat niet alleen zijn goede, maar ook zijn slechte prestaties in de publiciteit zouden kunnen komen.”

De rechter stelt dus dat de kandidaat had moeten weten wat de gevolgen van deelname waren. Vanuit mediawetenschappelijk perspectief is dat twijfelachtig. De rechter liet zich leiden door de beelden en oordeelde dat “Op basis van deze beelden geen andere conclusie [kan] worden getrokken dan dat de auditie van [eiser] ronduit slecht was.” Dat is een bijzondere en irrelevante conclusie van de rechter, die blijkbaar niet goed begrijpt wat het format van Idols is of hoe audities en pre-audities werken, maar wel veronderstelt dat kandidaten dat weten.

De deelnemer aan Mijn Leven In Puin was door haar zoon, waarmee ze een moeizame relatie heeft, opgegeven. Ze schaamde zich voor de stand van haar huis en wilde uitzending tegengaan. Ze claimde daarbij dat ze onder druk was gezet en niet goed wist wat ze tekende. Ook hier oordeelde de rechter afwijzend:

“Uit de inhoud van het dossier en hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, volgt weliswaar dat [eiseres] te kampen heeft met geestelijke en lichamelijke klachten en in die zin kwetsbaar is, maar dat zij niet als een uiterst labiele persoon is te kwalificeren. Zowel ter zitting als op de beelden die ter zitting van het programma zijn getoond (zie onder 2.18) komt [eiseres] redelijk zelfbewust en mondig over en wekt zij de indruk dat zij in voldoende mate kon overzien wat er gaande was. Dat zij gezien haar kwetsbaarheid niet wist waarvoor zij tekende, is niet aannemelijk geworden.”

Volgens de rechter betreft het dus een kwetsbaar persoon, maar had zij toch moeten weten waarvoor zij tekende. Opnieuw: dat is op basis van onderzoek naar de productie van realitytelevisie twijfelachtig.

De rechter kiest dus de kant van de makers, die sowieso een veel sterkere machtspositie hebben. Het maakt het voor toekomstige deelnemers nog lastiger om uitzending van hun beelden achteraf te verbieden. De les voor nu is wellicht: niet meedoen aan realitytelevisie.

TAGS
DEEL DIT BERICHT