Home / Blog / De rock ‘n ‘roll mythe

De rock ‘n ‘roll mythe

LATER LEZEN

Dit stuk gaat niet over die ene zanger-songschrijver die zaterdag zijn groep achter zich zag vertrekken. Het gaat wel over een greep uit de reacties op dit pijnlijk gebeuren. Ik ben misschien een masochist, maar ik las de voorbije 24 uur veel van de reacties, misschien als ramptoerist, maar eerlijk ook omdat er in feite mooi studiemateriaal in schuilt. Het geeft namelijk een beeld van hoe mensen naar artiesten kijken.  Het viel me vooral op hoe een hardnekkige rock ’n ‘roll mythe blijft opduiken, namelijk dat drugs en drank nodig zijn om rock te zijn.

Begrijp me niet verkeerd: seks, drugs en rock ’n ‘roll bestaan niet enkel in het liedje van Ian Dury, alhoewel backstage vaak de saaiste plek ter wereld is en ik wellicht ooit het verkeerde instrument koos voor groupies (okay, en het feit dat ik nooit bekend werd als gitarist :) ). Tegelijk is het een dodelijke mythe dat je pas geloofwaardig bent als je gesnoven hebt of dat je pas een degelijke song kan schrijven als je genoeg dronken of high bent. Sommige die dit wel geloofden worden dan lid van de 27-club (alhoewel die zowel mythisch als mythe is).

Het beeld van de zoekende, getormenteerde artiest is ouder dan rock, maar kent in dit beeld zijn vertaling. Het klinkt misschien raar maar Neil Young en Billy Joel delen inhoudelijk vrij veel thema’s, toch zal de eerste bij sommige authentieker overkomen door zijn zoekende, dwarse gedrag dan de tweede die een afgeborsteld imago kreeg.

Dergelijke beelden kunnen zelfs genres in de problemen brengen. Barker en Taylor beschrijven hoe Britse bluesliefhebbers enerzijds de blues redden maar tegelijk ook dood knepen omdat ze het beeld van de ruwe, wilde bluesmuzikant als norm namen. Van zodra een muzikant te veel de jazzy toer opging, werd deze niet als volwaardig of echt gezien. Gaandeweg kan je dan zo een genre verengen tot bijna maniërisme. Misschien wel het belangrijkste werk over het thema van authenticiteit in populaire muziek is ‘Creating Country Music: Fabricating Authenticity‘ van Richard Peterson.

Zelf heb ik het geluk gehad met veel prima muzikanten op een podium en in de studio te zitten en daar bleken dergelijke mythes vaak ver weg. Ja, veel muzikanten bleken zoekende, maar dan vooral naar die ene song of die ene partij die beter was dan wat ze ooit al deden. Er wordt daarom soms ook wat afgeleuterd, maar in de praktijk spelen muzikanten vooral graag. Ooit kwam een journalist op een repetitie van de groep omdat we een belangrijke muziekwedstrijd hadden gewonnen. Hij verbaasde er zich over dat iedereen water dronk en toen al de rokers buiten hun ding moesten doen. Hij vroeg ons of we niet de saaiste rockers ooit waren.  Als dit zo is, dan ken ik heel veel saaie muzikanten.

Zelf vind ik het vooral jammer dat de slachtoffers van de rock ’n ‘roll mythe er niet meer zijn. Los van het menselijk drama, zou ik graag de muziek gehoord hebben die Hendrix, Winehouse en die vele anderen nog in zich hadden. Ik heb blijvende bewondering voor artiesten als Springsteen die zelfs op hun 63ste nog steeds voor het ultieme concert proberen te gaan en waarbij enkel een verslaving aan de gym een waarschijnlijkheid is.

Nu, het publiek mag van mij gerust de mythe geloven, maar beste beginnende (en sommige gevorderde) muzikanten: don’t believe the hype.

Dit stuk verscheen eerder op Pedro’s blog X, Y of Einstein

TAGS
DEEL DIT BERICHT