Home / Blog / Een korte genealogie van de hipster

Een korte genealogie van de hipster

LATER LEZEN

Dat de hipster van vandaag meer is dan de “existentieel betweter” die steeds op zoek is naar de “coolste machtskennis” om zich af te zetten tegen de  mainstream, zoals Mark Greif in dit boek beweert, weten wij allemaal. De hipstercultuur is namelijk net zo divers als elke andere jeugdcultuur en bevat veel meer dan het stereotiepe beeld van de shuffelende, breiende, Nietzsche en Kerouac lezende, analoog fotograferende,  jutetas dragende, zwartbebrilde jongere. Opmerkelijk is dat zelf het fenomeen hipster niet eens zo nieuw is als veel mensen denken. De hipster bestond namelijk al in de 20er en 30 er jaren van het vorige eeuw. Met het woord hip werden toen populaire jazzliederen bestempeld die in de Jazzclubs van Harlem werden gespeeld. De eerste ‘officiele’ hipster was dan ook de New Yorkse boogie-pianist en zanger Harry ‘The Hipster’ Gibson [wiki]. In de loop van de tijd ontwikkelde zich in New York een zwarte hipstersubcultuur met een eigen taal, eigen muziek en een eigen kledingsstijl. Over deze periode schreef de journalist Anatole Broyard in 1948 een kort maar instructief  essay, dat een uniek inzicht geeft in de hipstercultuur van deze tijd [PDF]. Op een bijna psychedelische manier beschrijft de auteur de obsessie van de hipster met muziek en drugs, de gedeelte filosofie van de jive (“het ergens echt zijn”) en het ontstaan van een eigen taal en een eigen kenmerkend uiterlijk. Een grote rol speelden ook de existentielle crises die deze jongere vormden:

“Unconsciously, he still wanted terribly to take part in the cause and effect that determined the real world. Because he had not been allowed to conceive of himself functionally or socially, he had conceived of himself dramatically, and, taken in by his own art, he often enacted it in actual defiance, selfassertion, impulse, or crime.”

Broyard beschrijft in het essay ook het einde van de toenmalige hipstercultuur en wijdt dit aan de groeiende verwaandheid en de arrogantie van de hipsters:

“The hipster once an unregenerate individualist, an underground poet, a guerrilla had become a pretentious poet laureate. His old subversiveness, his ferocity, was now so manifestly rhetorical as to be obviously harmless. […] He was in-there … he was back in the American womb. And it was just as unhygienic as ever.”

Het essay geeft dus niet alleen inzicht in de toenmalige hipstercultuur maar is ook een mooi stukje literatuur.

Wat er tevens met de overgebleven hipsters gebeurd is lijkt een raadsel. Pas in de jaren negentig doken de eerste hipsters weer op in Williamsburgh. De rest is bekend.

CC foto: mecredis