Home / Blog / Emotionele verdeeldheid aan de UvA

Emotionele verdeeldheid aan de UvA

LATER LEZEN

De afgelopen maanden waren roerig aan de UvA. Na de bezetting van het Bungehuis volgde een grote demonstratie en daarop aansluitend de bezetting van het Maagdenhuis. De bezetting werd niet door iedereen gesteund en tegengeluiden waren volop te horen. Samen met Tom van der Meer, Thijs Bol en Christian Bröer was ik betrokken bij een onderzoek om te inventariseren en te analyseren wat er leeft onder medewerkers en studenten van de UvA. Het onderzoek kreeg de vorm van een survey met open en gesloten vragen, die liep in de week tussen 30 maart en 3 april. Het onderzoek werd gesteund door alle relevante partijen (CvB, COR, CSR, Humanities Rally, De Nieuwe Universiteit en Rethink UvA). Het onderzoeksrapport is nu beschikbaar.

Er bestaan grote verschillen in deelname aan een zestal activiteiten tussen de medewerkers en studenten van verschillende faculteiten onderling, en tussen faculteiten en diensten. De debatten met het CvB hebben een andere groep medewerkers bij de bredere discussie betrokken. We onderscheiden drie groepen:

  1. Niet zichtbaar actieven (49% van de alle respondenten): medewerkers en studenten die aan geen van de zes hier onderscheiden activiteiten hebben deelgenomen;
  2. Discussianten (27%): medewerkers en studenten die hebben deelgenomen aan een petitie, discussie, debat met CvB of via sociale media, maar niet aan een demonstratie of bijeenkomst in het Maagdenhuis/Bungehuis;
  3. Activisten (24%): medewerkers en studenten die wel aan een demonstratie of bijeenkomst in het Maagdenhuis/Bungehuis hebben deelgenomen.

Veel medewerkers en studenten gaven aan actiever te willen zijn, maar daar door
omstandigheden niet aan toe te zijn gekomen. Een zeer kleine groep medewerkers zag af van
participeren uit angst voor repercussies.

Studenten vinden vooral de kwaliteit van het onderwijs een knelpunt. Onder medewerkers zijn er twee clusters te onderscheiden: werken aan de UvA en de bestuurscultuur. De meeste respondenten noemen minstens een knelpunt. De universiteit is het niveau waarop ze het vaakst vinden dat een probleem moet worden aangepakt.

De discussie gaat gepaard met blijdschap en frustratie, maar medewerkers en studenten uiten deze emoties doorgaans beheerst en ondergeschikt aan inhoudelijke punten. Inactieven spreken meer afkeer van de discussie uit, terwijl activisten daarover blijdschap tonen. Activisten zijn bovendien zowel optimistischer als pessimistischer dan inactieven. Engelstalige studenten en medewerkers rapporteren meer frustratie. Daarnaast geven studenten relatief vaak aan van de lopende discussie niets of te weinig te weten.

DEEL DIT BERICHT