Home / Blog / Europese Pride-parades geen weerspiegeling van diversiteit onder LHBTs

Europese Pride-parades geen weerspiegeling van diversiteit onder LHBTs

LATER LEZEN

Pride-parades vinden overal ter wereld plaats. In Europa zijn ze de uithangborden geworden van de LHBT-beweging: het is het moment dat de politieke strijd van LHBTs het meest zichtbaar is. Diversiteit en inclusiviteit zijn daarbij niet alleen belangrijke thema’s, maar ook expliciete doelstellingen. In Nederland gaat het daarbij vaak over ras/etniciteit: is het niet te zeer een wit feestje*? Een diversiteitsbril vereist echter meer. Zweedse sociologen wilden graag weten [open access] in hoeverre alle rangen en standen zijn vertegenwoordigd bij Europese Pride-parades.

Zij laten zich informeren door de protest-normalisatiethese uit sociale bewegingstheorie. Die stelt dat demonstreren een steeds meer geaccepteerde vorm van politiek protest is geworden en dat daardoor ook demonstranten ‘genormaliseerd’ zouden zijn: ze zouden min of meer een doorsnede van de bevolking zijn. Als deze these klopt, dan zouden deelnemers aan de Pride-parade min of meer de algemene bevolking moeten weerspiegelen – los van seksuele oriëntatie natuurlijk.

Methode
De onderzoekers keken naar zes landen: Groot-Brittannië, Italië, Nederland, Tsjechië, Zweden en Zwitserland. Het gaat om open demonstraties. In Nederland is dat de Roze Zaterdag en niet de beroemde Canal Parade. Onderzocht is die van 2012, gehouden in Haarlem.

Deelnemers aan de parades werden face-to-face en/of per post benaderd. De data werden verzameld tussen 2011 en 2014. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de European Social Survey om de zes landen te classificeren. De verwachting was dat in landen waar homoseksualiteit meer geaccepteerd is, de de deelnemers sterker de algemene bevolking zouden vertegenwoordigen dan in landen waar LHBT-issues minder steun vinden.

De onderzoekers merken op dat deelnemers aan de parades doorgaans afkomstig zijn uit de directe omgeving van de stad waar de parade wordt gehouden. Dit zou enige vertekening kunnen geven: inwoners van Londen reflecteren niet de Britse bevolking. Daarnaast trekken parades ook buitenlandse gasten aan.

Resultaten
In geen van de onderzochte landen zijn de deelnemers aan de parades een doorsnede van de bevolking als het gaat om leeftijd, opleidingsniveau en klasse. Deelnemers zijn opvallend vaak zzp’er. Algemeen bevinden deelnemers zich links op het politieke spectrum, met uitzondering van Tsjechië. Het is niet zo dat als LHBT-rechten in een land meer onderschreven worden, de deelnemers meer een weerspiegeling vormen, ook niet in waar ze zich op het politieke spectrum bevinden. LHBT-rechten blijven dus een linkse aangelegenheid, ook als acceptatie hoog is [zie ook hier]. Wel geldt dat hoe meer homoseksualiteit geaccepteerd, hoe lager het aantal deelnemers dat ook lid is van een LHBT-organisatie (het idee dat het werk al gedaan is).

Tussen de landen bestaan significante verschillen. In Italië en Tsjechië – waar steun laag is – zijn de deelnemers jonger dan in de andere landen. De Nederlandse deelnemers zijn trouwens uitzonderlijk oud: de groep 50-64 jaar domineerde en slechts elf procent was onder de 30. Ook opvallend: maar één procent was student, terwijl in de andere landen studenten goed vertegenwoordigd waren. In Groot-Brittannië en Italië is de overrepresentatie van hogeropgeleiden het sterkst.

 

Conclusie
Er is geen reden om aan te nemen dat LHBT-zijn meer voorkomt onder jongeren, hogeropgeleiden of de middenklasse, maar toch zijn dat de groepen die overtegenwoordigd zijn op Europese Pride parades. De protest-normalisatiethese gaat hier dus niet op. De onderzoekers betreuren dit gebrek aan ‘normalisatie’: er blijft volgens hen een groot potentieel liggen:

“Pride parades are not mobilizing the potential diversity of LGBT people. More or less like in other so-called new social movements, demonstrating on the streets remains the privileged arena of well-educated, middle-strata youth, rich in political resources and confident in their political capabilities” (p. 19-20).

Daarmee is er volgens de auteurs sprake van een gebrek aan democratisering van deze bewegingen.

*  Etniciteit/ras is niet meegenomen in dit onderzoek, hoewel de auteurs wel een aantal keer spreken over etniciteit in de zin dat homoseksualiteit niet voorbehouden is aan één groep. Het blijft onduidelijk waarom deze variabele niet is onderzocht. 

DEEL DIT BERICHT