Home / Blog / Hoe Endemol internationale televisie voorgoed veranderde

Hoe Endemol internationale televisie voorgoed veranderde

LATER LEZEN

Wat we op de Nederlandse televisie zien, komt voor een groot deel uit het buitenland. Bij veel series is dat evident, maar ook veel in Nederland geproduceerde reality- en spelshows zijn eigenlijk afkomstig uit het buitenland. In een artikel [abstract] recentelijk gepubliceerd in het European Journal of Communication traceert Jean K. Chalaby de geschiedenis van de handel in formats: sjablonen voor televisieprogramma’s waarin concept, premisse en marketingstrategie min of meer vastliggen, zoals Big Brother en Idols.

Volgens Chalaby hebben formats twee centrale aspecten. Het eerste aspect is een onderscheidende narratieve dimensie. Shows als Wife Swap en Masterchef hebben bepaalde ‘regels’ die de drijvende kracht zijn achter het verhaal dat wordt verteld. De deelnemers maken een reis mee: met pieken en dalen en andere dramatische wendingen transformeren zij zichzelf. Het tweede aspect is het transnationale karakter. Een format kan maar één keer gekocht worden in een bepaald gebied (meestal een land). Een format is daarom pas een format wanneer het programma-idee verkocht is aan een buitenlands bedrijf. Het idee wordt dan vastgelegd in een uitgebreide handleiding, soms honderden pagina’s lang, die in de industrie bekend staat als ‘de bijbel’. Een bijbel bevat draaiboeken, budgets, scripts, setontwerp, castingprocedures, profiel van de presentator en ieder ander mogelijk aspect dat beschreven kan worden. Iedere afname van een format leidt tot meer informatie in de bijbel, omdat ieder format aangepast wordt aan de lokale situatie.

Tot de jaren ’90 was de handel in formats overzichtelijk. Het ging vooral om Amerikaanse spelshows zoals The Price Is Right (in Nederland geadapteerd als Prijs je Rijk, Prijzenslag en Cash en Carlo), die heel langzaam de wereld over gingen. Dit veranderde volgens Chalaby radicaal in de jaren ’90 met de komst van vier superformats: Who Wants to Be a Millionaire? (Weekend Miljonairs), Survivor (Expeditie Robinson), Big Brother en Idols.  Deze programma’s waren kijkcijferkanonnen, in tegenstelling tot de spelshows die eerst verhandeld werden. Daarnaast kennen ze allemaal dezelfde consistente, internationale merkstrategie. De formats van deze vier titels zijn hierna zo gekopieerd en gestolen dat ze bepalend zijn geweest voor hele genre’s – denk bijvoorbeeld aan de manier waarop kandidaten stemmen in Expeditie Robinson. Door de handel in formats konden onafhankelijke productiemaatschappijen zoals Endemol groeien. Hun onafhankelijkheid (in tegenstelling tot omroepen hebben ze geen directe relatie met adverteerders) is bevorderlijk voor creativiteit.

De mondiale handel in formats moet geenszins gezien worden als culturele armoede. Het is niet zo dat internationale televisie nu homogeen is geworden. Formats moeten gezien worden als bruggen tussen culturen. Juist omdat formats aangepast worden aan lokale smaak (culturele elementen, taal) zijn Nederlandse televisiemakers erin geslaagd hun ideeen over televisie te communiceren met een wereldwijd publiek.

DEEL DIT BERICHT