Home / Blog / Journalisten vinden kwantitatief onderzoek nieuwswaardiger

Journalisten vinden kwantitatief onderzoek nieuwswaardiger

LATER LEZEN

interpreteer de cijfersJournalisten schrijven regelmatig over onderzoek. Waar de bètawetenschappen mogen rekenen op ‘eigen’ wetenschapsjournalisten, worden sociaalwetenschappelijke studies vaak gerapporteerd door ‘gewone’ journalisten. Binnen de gammawetenschap – meer dan bij alfa en bèta – wordt er volop gediscussieerd over methoden. Zo zijn de verschillen tussen kwalitatief en een kwantitatief onderzoek fundamenteel. Zonder inzicht in die verschillen kan een journalist een studie niet op waarde schatten. Een goede rapportage vereist dus methodologische kennis. Communicatiewetenschapper Mike Schmierbach onderzocht hoe journalisten kwalitatief en een kwantitatief onderzoek evalueren [abstract].

Methode
Schmierbach hield een experiment onder 56 journalisten van willekeurig geselecteerde kranten. Zij kregen een hypothetisch persbericht voorgelegd over vrouwen op de werkvloer. De inleiding en de citaten van de wetenschapper waren steeds hetzelfde. In de ene conditie ging het om een kwalitatieve studie (“meer dan 30 vrouwen geïnterviewd”), in de andere om een kwantitatieve (“412 respondenten op een survey”). Bij de kwantitatieve conditie werden percentages genoemd die het eens waren met stellingen. In de kwalitatieve conditie ging het om specifieke posities waar “veel” of “de meeste” vrouwen het mee eens waren. Vervolgens moesten de respondenten een vragenlijst invullen.

Resultaten
Er zijn significante verschillen in de beoordeling van accuraatheid en nieuwswaardigheid. Voor beiden geldt dat journalisten de kwantitatieve studie hoger waardeerden. Dit vertaalde zich niet direct in meer bereidheid over de studie te schrijven. Ervaring speelde een rol. Journalisten die regelmatig over zulk materiaal schreven dachten sneller dat een bericht over de kwantitatieve studie in de krant zou kunnen verschijnen. Volgens Schmierbach heeft dit te maken met werkroutines.

Implicaties
Schmierbach zoekt de verklaring voor zijn resultaten in het gebruik van N als een snelle heuristiek voor het beoordelen van de waarde van onderzoek. Journalisten moeten onder tijdsdruk keuzes maken en steekproefgrootte is voor hen een manier om vlug te beslissen of ze wat met een onderzoek kunnen. Dat is zonde, omdat de steekproefgrootte bij een kwalitatief onderzoek niet zo relevant is.

Deze studie is al oud – uit 2005. Het is daarom de vraag of dit is veranderd in de loop der jaren. Daarnaast is het open in hoeverre deze situatie ook opgaat voor niet-Amerikanen. Voer voor vervolgonderzoek dus.