Liever een docent die goed kan uitleggen dan een docent die sociale media gebruikt

door

Samen leren: tieners en sociale media is een onderzoek van Mijn Kind Online en Kennisnet over de manier waarop tieners sociale media gebruiken om dingen te leren, zowel op/voor school als voor eigen interesses. De onderzoekers hielden eerst verkennende focusgroepen met 47 tieners, om deze inzichten vervolgens kwantitatief te onderzoeken met een vragenlijst. Die werd afgenomen onder 1513 jongeren van 10 tot en met 17 jaar. Het onderzoek, waar ik wetenschappelijk adviseur voor was, laat zien hoe jeugdcultuur niet gelijkgesteld kan worden aan digitale cultuur.

De onderzoekers stellen dat het niet mogelijk is om over jongeren als één groep te spreken. Er zijn verschillen tussen jongens en meisjes en tussen leeftijden in gebruik van bepaalde sociale media, er zijn verschillen in opleidingsniveaus in de manier waarop sociale media worden ingezet om te leren en er zijn verschillen tussen gezinnen in de regels die gelden voor sociale media. Toch proberen de onderzoekers een aantal algemene uitspraken te doen:

  • Dankzij sociale media kunnen leerlingen onderling makkelijk(er) samenwerken.
  • YouTube maakt het mogelijk om te zien hoe andere docenten iets uitleggen. Dit wordt gewaardeerd.
  • Online vinden jongeren informatie over hobby’s en interesses buiten de eigen sociale kring, waardoor ze minder afhankelijk zijn van de eigen omgeving voor het vergaren van cultureel kapitaal.
  • Jongeren zijn niet simpelweg positief of negatief over sociale media, maar kunnen heel mediawijs voor- en nadelen wegen: sociale media vergemakkelijken het kletsen met je vrienden, maar dat leidt soms ook af; sociale media kunnen de les leuker maken, maar de leraar moet nog wel blijven uitleggen; jongeren prefereren nog steeds face-to-face-contact, maar soms helpen sociale media als je verlegen bent.
  • Jeugdcultuur kan niet gelijk gesteld worden aan digitale cultuur. Dit betekent voor het onderwijs dat sociale media niet per se ingezet moeten worden ‘omdat die zo goed aansluiten bij de jeugdcultuur’. De overweging dient gemaakt te worden om onderwijskundige redenen (bijvoorbeeld omdat afwisseling gewaardeerd wordt).

Er zit ook een aantal aardige cijferweetjes in het onderzoek:

  • Ruim tweederde kent Snapchat niet en 44 procent  kent Instagram niet;
  • Elf procent heeft zelf wel eens een video gemaakt waarin hij uitlegt zodat iemand anders daarvan kan leren.
  • Volgens 56 procent  van de 10 t/m 17-jarigen is er wifi op hun school, volgens 24 procent  is dat er niet en 20 procent  weet het niet.
  • Als er sociale media in de les gebruikt wordt, is dat voornamelijk YouTube (47 procent noemt dat dit wel eens gebruikt wordt).
  • Driekwart van de tieners zou meer gebruik van sociale media in de les leuk vinden en een
  • kwart wil dat liever niet.
  • Slechts 13 procent vindt het belangrijk dat een leraar sociale media gebruikt. Het belangrijkst is dat een leraar goed kan uitleggen (84 procent).

Algemene bespreking hier, onderzoeksrapport [PDF] hier.

Laat een bericht achter