Home / Blog / Nederlanders minder druk en meer met media bezig

Nederlanders minder druk en meer met media bezig

LATER LEZEN

Een keer in de vijf jaar onderzoekt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de tijdsbesteding van Nederlanders. Omdat het onderzoek steeds wordt herhaald, geeft deze langlopende studie inzicht in sociale en culturele veranderingen in Nederland sinds 1975. De meeste recente publicatie is net uit: Met het oog op de tijd [volledig rapport, persbericht] gaat over de tijdsbesteding van Nederlanders in 2011. Het rapport geeft een aantal inzichten in verschuivingen door de tijd heen. Het laat echter vooral een groot manco zien van communicatiewetenschap: de onmogelijkheid om tijd besteed aan media goed te meten.

Algemeen valt op dat Nederlanders minder druk zijn geworden. Voor het eerst daalt de tijd die men aan het huishouden besteedt. Daarnaast is de tijd die we aan werk kwijt zijn gelijk gebleven – terwijl die voorgaande decennia steeds steeg. We zijn ook in onze vrije tijd minder gaan reizen. Ook interessant: de tijdstippen waarop Nederlanders eten, slapen, het huishouden doen en reizen is de laatste jaren niet veel veranderd.

Verschuivingen en methodologische problemen
Een hoofdstuk in het rapport is gewijd aan mediagebruik en sociale contacten. Er is sprake van een belangrijke verschuiving, die ook methodologische consequenties heeft. Het onderscheid tussen media gebruiken (televisie, radio, krant enz.) en communicatie met anderen (een gesprek voeren, elkaar ontmoeten, telefoneren) vervaagt. We gebruiken nu media steeds meer voor onze sociale contacten.

Internetgebruik werd in eerder tijdsbestedingsonderzoek gezien als een containerbegrip maar dit is nu niet meer afdoende. Daarnaast gaan we steeds meer multitasken, wat lastig te meten is met de voornaamste methode van dit onderzoek: dagboekjes waarin mediagebruik wordt bijgehouden. Als ik bijvoorbeeld met een half oog kijk naar mijn televisie kijk waar een gedownloade serie afspeelt, terwijl ik ondertussen via Twitter het nieuws volg en met mijn vrienden praat, wat is dan mijn hoofdactiviteit?

Een aantal inzichten:

  • 86 procent van de Nederlanders is dagelijks online;
  • 95 procent van alle huishoudens kunnen internetten met een snelheid van 100 Mbps of meer;
  • 61 procent van de Nederlanders heeft een smartphone;
  • We besteden per week 20,9 uur aan mediagebruik als hoofdactiviteit, exclusief sociale contacten;
  • We besteden per week 7,2 uur aan sociale contacten als hoofdactiviteit, inclusief online communicatie;
  • We kijken meer televisie: 14 uur per week in 2011 (was in 12,7 uur in 2006);
  • Dit verschil schrijven de onderzoekers toe aan de toename in uitgesteld kijken (4 procent van totale kijktijd) en toename in mobiel kijken;
  • Het klassieke televisietoestel blijft het meest gebruikte scherm om televisie te kijken: 77 procent van het kijkvolume;
  • Slechts een op de vijf Nederlanders luistert wel eens naar de radio als hoofdactiviteit;
  • Audio luisteren als secundaire activiteit neemt juist toe: 3,4 uur per week (was 1,5 uur in 2006);
  • We besteden nog maar 2,5 uur per week aan het lezen van gedrukte media (was 3,9 uur in 2006). Daarover schrijven de auteurs: “Badinerend wordt over gedrukte media wel eens gesproken als dode bomen. Het einde van de houtkap voor dit doel lijkt nabij”;
  • De leestijd daalt het snelst onder de 50-64-jarigen;
  • Het aantal uren face-to-face-contact is bijna gehalveerd sinds 1975. We besteden er 5,7 uur per week aan (was 11,3 in 1975);
  • De onderzoekers kunnen niet goed meten in hoeverre gemedieerd contact dit ondervangt: alleen gebruik van sociale media van 10 minuten of langer telt mee in het onderzoek en een berichtje versturen kost zelden 10 minuten.
DEEL DIT BERICHT