Home / Blog / Onhaalbare mannelijkheid in de bouquetreeks

Onhaalbare mannelijkheid in de bouquetreeks

LATER LEZEN

Goedkope romannetjes, zoals de bouquetreeks, worden geschreven voor en door vrouwen. Het genre wordt alleen daarom al gezien als gendered. Daarnaast is er veel kritiek uit feministische hoek dat vrouwen er stereotiep in worden verbeeld. In academische literatuur is er ook beperkte aandacht voor de stereotiepe representatie van mannen in zulke boeken, maar alleen vanuit vrouwelijk perspectief. In een recent artikel [abstract] in het Journal of Men’s Studies vraagt genderonderzoeker Jonathan A. Allan zich af wat het traditionele manbeeld uit romance novels betekent in termen van mannelijkheid. Hij bespreekt boeken uit de Engelstalige series van Harlequin en Silhouette.

De representatie van mannen in de bouquetreeks is meermaals omschreven als spectaculaire mannelijkheid: het gaat om een normatief ideaal van traditionele, dominante mannelijkheid. Deze mannen zijn ongetrouwd (soms weduwnaar), rijk (soms van arm naar rijk), jong, heteroseksueel, viriel en goed in sport. Allan geeft een goed voorbeeld van hoe zo’n man wordt neergezet:

“He was a hot property in the acting world, and had been for the last fifteen years. He was constantly working, his acting superb. . . . He looked totally the dominant male tonight, dressed completely in black from head to foot, the black silk shirt clinging to his powerful shoulders and chest, the trousers fitted snugly to his hips and thighs. It was obvious that most of the women here were attracted to his magnetism, and Helen supposed he could be called very attractive with his over-long sun-bleached blond hair, piercing tawnycoloured eyes set over a hawk-like nose, firm mouth with a full sensuous lower lip, the lines of experience beside nose and mouth that added, not detracted, to his looks, and the lithe masculinity of his tall powerful body” (Carole Mortimer, 1980: 14 geciteerd op p. 9-10).

Deze man moet aantrekkelijk gevonden worden, vanwege zijn uiterlijk en zijn economische waarde. Dat beeld komt overeen met de hedendaagse culturele constructie van wat hegemonische mannelijkheid wordt genoemd. De vrouwen die hun geld verdienen met het schrijven van zulke boeken dragen dus actief bij aan deze constructie.

“The romance novel, thus, while celebrating the male body (perhaps a feminist appropriation of the male gaze), is also a commentary on and commitment to hegemonic masculinity made possible by the structure of hetero-patriarchal-capitalism. Put simply, capitalism, hegemonic masculinity, and patriarchy are written on and through the hero’s body, through the “purity of his maleness”” (p. 6).

Hier ligt de kritische interventie van Allan. Zulke romannetjes zetten een specifiek, geïdealiseerd manbeeld neer, waardoor ze bijdragen aan de constructie van een bepaald soort mannelijkheid. Deze boeken doen het voorkomen alsof deze vorm van mannelijkheid bereikbaar is, terwijl dat voor het overgrote merendeel van de mannen niet zo is. Wat betekent het voor mannen dat miljoenen vrouwen dromen van dit onhaalbare ideaal?

Hierop geeft Allan geen antwoord. Zijn essay is bedoeld als startsein van een discussie – een discussie die te veel te lang op zich laat wachten.

Lees ook: Fantaseren over de erecties van Arabieren en Grieken in de bouquetreeks

DEEL DIT BERICHT