Home / Blog / Porno is manonvriendelijk (een inhoudsanalyse van populaire mainstreamporno)

Porno is manonvriendelijk (een inhoudsanalyse van populaire mainstreamporno)

LATER LEZEN

Tegenstanders van pornografie wijzen vaak op het gewelddadige, vrouwonvriendelijke karakter van porno. Ze stellen bijvoorbeeld dat zoeken op ‘verkrachting’ heel veel hits oplevert. Nu is het zo dat er inderdaad zulke filmpjes te vinden zijn, maar zijn zij ook representatief voor porno in het algemeen? Porno is geen homogeen genre (zie dit stuk over de diversiteit in tags op pornosites) en goede inhoudsanalyses ontbreken.

Marleen Klaassen doet aan de UvA promotieonderzoek naar pornografie. Samen met haar promotor Jochen Peter publiceerde ze een artikel [abstract] over gender(on)gelijkheid op mainstreampornosites. Ze komt tot een aantal verrassende conclusies: het zijn vooral mannen die worden ontmenselijkt en dwang is relatief schaars.

Methode
Het betreft een inhoudsanalyse van vier grote mainstream pornosites: Pornhub, RedTube, YouPorn en xHamster. Van iedere site werden de honderd meest bekeken video’s geselecteerd totdat er 400 verschillende video’s in de steekproef zaten. Het meest populaire filmpje had 52.600.000 views. De analyse-eenheid was de eerste seksscène (de meeste clips hebben maar één scène). Gemiddeld duurt zo’n eerste scene 16,17 minuten. In totaal werd 107 uur en 48 minuten aan beeldmateriaal geanalyseerd.

Meer dan de helft van de video’s kwam uit de VS en ruim een kwart uit Europa. De meeste seksscènes zijn tussen een man een vrouw (76,0%), gevolgd door trio’s (9,5%), groepen van vier of meer (6,8%), twee vrouwen (4,5%) en masturbatie (3,0%). Er zat geen homoporno in de steekproef. Een video met een shemale en acht animaties zijn verwijderd omdat deze te lastig te coderen waren op sekse.

De codering werd gedaan door vier mensen, naast Marleen Klaassen zelf. Het gaat om mannen en vrouwen van verschillende opleidingsniveau. De codeurs werden getraind en getoetst. Ze deden de codering thuis.

Concepten
Bij zulk type onderzoek is het erg belangrijk hoe de centrale concepten zijn geoperationaliseerd.

Objectificatie kende twee dimensies. Voor de eerste, instrumentaliteit (gebruikt worden als object voor andermans genot), werd gekeken naar close-ups van lichaamsdelen, focus op man of vrouw en het orgasme. Bij elke indicator werd gekeken of deze gold voor man, vrouw of beide. De tweede dimensie is ontmenselijking. Hierbij werd gekeken of iemand werd afgebeeld met gevoelens en gedachten. Ontmenselijkte karakters initiëren seks niet en hebben geen seks voor hun eigen plezier. Er werd hierbij ook gekeken naar de aanwezigheid van close-ups van gezichten.

Macht bestond uit twee indicatoren: hiërarchie (sociaal: dus baas, arts etc) en dominantie (leiderschap in de seks).

Geweld werd geoperationaliseerd als gewelddadige handelingen en de reactie daarop. Ook hier werd gekeken of man/vrouw het geweld pleegde. Gewelddadige handelingen zijn overgenomen uit een ander onderzoek en verschillen zeer sterk. Het gaat om duwen, bijten, knijpen, haren trekken, billenkoek, slaan met de hand, de mond snoeren (bijvoorbeeld met een penis), wurgen, bedreigen met een wapen, schoppen, slaan met de vuist, bondage, met wapen geweld aan doen, marteling en poging tot moord. Ook seks waarvoor geen instemming (consent) is gegeven werd gecodeerd, bijvoorbeeld omdat iemand gedrogeerd was, gemanipuleerd werd of gedwongen werd.

Resultaten

  • De filmpjes bevatten meer close-ups van vrouwelijke lichaamsdelen (60,8%) dan van mannen (18,8);
  • Mannen worden wat vaker afgetrokken (69,3%) dan vrouwen worden gevingerd (58,8%);
  • Mannen worden veel vaker oraal gestimuleerd (80,5%) dan vrouwen (47,5%);
  • Zowel mannen als vrouwen hebben seks voor hun eigen plezier, maar bij mannen ligt het percentage iets hoger (93,5% tegenover 84,9%);
  • We zien veel vaker een close-up van het gezicht van vrouwen (57,8%) dan van mannen (12,0%);
  • In 28,5% van de filmpjes worden mannen en vrouwen in gelijke hiërarchie afgebeeld. Daarnaast hebben vrouwen vaker zowel hogere posities als lagere posities. De verschillen daar tussen man en vrouw zijn niet significant;
  • In bijna de helft van de video’s (44,5 %) is er een gelijke balans in dominantie. In de overige gevallen zijn vrouwen vaker onderdanig (42,5%) dan mannen (10,2%);
  • Mannen staan zelden aan de ontvangende kant van fysiek geweld: 2,8% van alle filmpjes. In 37,2% van de filmpjes is er sprake van enig fysiek geweld naar vrouwen;
  • Het is belangrijk om hier te zien wat voor geweld: in 27,0% van de ‘gewelddadige’ filmpjes ging het om billenkoek, in 18,8% om penissen die erg ver in de mond werden geduwd. Zwaar geweld kwam nauwelijks voor. In een scene werd een man bedreigd met een pistool door twee vrouwelijke politie-agenten;
  • De reacties van vrouwen op de billenkoek waren vooral neutraal (57,4%) of positief (38,0). Ook negatieve reacties op het gaggen waren zeldzaam (6,7%);
  • In een klein deel van de video’s was er sprake van seks zonder (initiële) instemming (6,2% voor zowel mannen als vrouwen), waarbij het ging om ‘oh eigenlijk wil ik niet oh eigenlijk toch wel’;
  • Seks onder invloed wordt nauwelijks getoond: 0,8% van alle video’s voor zowel man als vrouw;
  • Manipulatie van vrouwen komt wel voor (5,2%). Manipulatie van mannen betrof slechts 1,2% van de video’s’. Het gaat hier vooral om zogeheten fake agent of casting couch video’s;
  • Er zijn maar weinig significante verschillen tussen amateur en professionele filmpjes op deze punten. Het gaat bijvoorbeeld om hiërarchie: in amateurfilmpjes zie je logischerwijs minder vaak een vrouw als baas of arts. De fake agent filmpjes werden gecodeerd als amateur en daarom is er dus meer manipulatie bij amateurvideo’s.

Implicaties
Klaassen en Peter bespreken verschillende implicaties van het onderzoek, bijvoorbeeld voor het debat over pornografie of voor onderzoek naar media-effecten. De meest opvallende conclusie is dat vrouwen meer instrumenteel worden geobjectificeerd, terwijl mannen geobjectificeerd worden door ontmenselijking. Dit komt vooral omdat we hun gezicht zo weinig zien. Mainstream porno is in die zin manonvriendelijk.

Deze conclusie is juist met deze operationalisering, maar zal antiporno-feministen niet overtuigen. Bij zo’n close-up krijgt de vrouw immers vaak een klodder sperma op het gezicht gespoten. En dat maakt het moeilijk om algemene uitspraken te doen over de aard van porno op basis van zulk onderzoek. Het koppelen van interpretaties aan cijfermatige observaties is lastig. Een klap op de billen kunnen we wel tellen als geweld, maar als de ontvanger dat prettig vindt is het onzinnig om dat te veroordelen. Als dat er echter toe leidt dat kijkers van porno hun eigen sekspartner ongevraagd en ongewenst op de billen gaan slaan, is er wel weer een probleem.

Desalniettemin is het onderzoek waardevol omdat we nu een gedegen inzicht hebben in wat er precies graag bekeken wordt op populaire mainstreamsites. Eén argument van pornotegenstanders is in ieder geval definitief ontkracht: verkrachtingsporno is niet populair en ook niet mainstream.

Lees ook: Emancipatieporno: de populariteit van MILFs

DEEL DIT BERICHT