Home / Blog / Radiotismus: de geestesziekten van het mediagebruik van vroeger

Radiotismus: de geestesziekten van het mediagebruik van vroeger

LATER LEZEN

Media en gekte zijn met elkaar verbonden. In de media zien we veel verbeeldingen van krankzinnigheid, zoals waanzinnige wetenschappers en hysterische huisvrouwen, maar er zijn ook mensen die beweren dat het gebruik van media gekmakend is. Er zijn bijvoorbeeld mensen die beweren dat je van modebladen anorexia krijgt, dat je verslaafd kunt raken aan internet en dat je van gamen psychopathisch wordt. Dit pathologiseren van mediagebruik is geen recent verschijnsel. Het Tijdschrift voor Mediageschiedenis wijdde begin 2013 een themanummer aan waanzin en de media. In een bijdrage [gratis toegang] analyseren Carolyn Birdsall en Senta Siewert gekte in geluidsmedia in de twintigste eeuw.

Nerveus van de radio
Radiotismus is het label dat mannen opgeplakt kregen die van radio hun hobby hadden gemaakt in de jaren ’20. Ze zouden bezeten zijn van de stemmen uit de radio waar ze op zolder – en dus weg van hun familie – uren mee doorbrachten. De diagnosis voor mannen ‘verdween’ toen de radio van de zolder een plek in de woonkamer kreeg. Hij werd daarna op vrouwen geplakt. Hun zenuwen zouden de zintuiglijke ervaring van de gemedieerde stemmen niet aankunnen. Daarbovenop weerhield de radio hen van hun huishoudelijke taken.

Een stem zonder lichaam
Onderliggend aan radiotismus is de constatering dat bij radio de stem gescheiden is van het lichaam en dat de plaats waar gesproken wordt niet gelijkstaat aan de plaats van het luisteren. De zorgen hierover waren ook al geformuleerd bij de telefoon en de grammofoon. Dit ‘spliteffect’ werd bijvoorbeeld in de jaren ’60 bekritiseerd door de Canadese componist  Murray Schafer. Hij noemde de alomtegenwoordigheid van geluidsmedia schizophonia: geluiden verliezen hun contextuele betekenis en zowel de individuele luisteraar als de gehele maatschappij ervaren geestelijke verwarring van dat spliteffect.

Het geluid van gekte
Dit idee van lichaamsloosheid zien we ook terug in de acousmêtre, een term van filmanalyticus Michel Coin voor mensen die je wel kunt horen maar niet kunt zien. Op de radio zie je ze nooit, maar in film soms wel, wat nog meer een gevoel van verwarring bezorgt. In films is het geluid van gekte uitgewerkt. Een mooi voorbeeld daarvan is de filmscore van Psycho van Hitchcock. De geluiden bij de douchescène zijn een soort hallucinaties voor het gehoor. De kijker ‘hoort’ hier de stem van Norman Bates’ dode moeder als een acousmêtre. Met de komst van Dolby – waarmee je ‘links’ en ‘rechts’ kon horen – werd dit versterkt. We zien dit terug bij films als Apocalypse Now waarin de soundscape gebruikt wordt om het gevoel van langzaam gek worden te versterken.

Onpersoonlijk aanspreken
De pioniers van radio leerden hoe ze mensen persoonlijk konden aanspreken zonder daadwerkelijke interactie.  Daar zaten normen onder: de zender moest pluraal zijn, de ontvanger alleen. Als een massamedium met één stem sprak, werd dat gezien als totalitair. Meerdere stemmen in één hoofd werden gezien als gek. De zender met één stem was het gevaar van het fascisme, de ontvanger met meerdere stemmen het gevaar van schizofrenie.

War of the Worlds
Het bekendste voorbeeld van media en gekte is wellicht het hoorspel War of the Worlds [op YouTube] van Orson Welles (1938) naar het boek van H.G. Wells (1898). De massahysterie is alleen te begrijpen als je de context meeneemt: vanaf de Grote Depressie hoorden mensen op de radio regelmatig over grote rampen, waarbij ooggetuigen op de radio vertelden wat er gebeurd was. Muziek werd onderbroken voor belangrijke nieuwsupdates. Wells kopieerde deze stijl. Het gevolg was dat sommige luisteraars in totale paniek de kerk in vluchten omdat ze werkelijk dachten dat de aarde aangevallen werd.

Conclusie
Geestesziekten zijn niet stabiel: er komen steeds nieuwe diagnoses bij en oude diagnoses verdwijnen. Dit artikel laat zien dat er een historische relatie is tussen technologie (zoals de radio) en de pathologieën en metaforen van gekte die vanaf de negentiende eeuw zijn ontstaan. De auteurs eindigen met een korte reflectie op de huidige tijd. Inmiddels vinden we het volkomen normaal om stemmen zonder lichaam te horen. Wij moeten nu leren omgaan met digitale media. Welke ziekte hoort bij daarbij? De auteurs halen John Peeters aan en die schrijft:

“What was once mad or uncanny is now routine: hearing disembodied voices and speaking to nobody in particular. […] Schizophrenia’s vocal-aural delusions fit with the radio, television, and telephone, media that were saturated with nonverbal codes and simulated sociability. Digital media, in contrast, favor data-processing and logistical convenience over the staging of face-to-face interaction. The “it” disease for new media, with their low-affect machine interfaces, appears to be autism” (geciteerd in Birdsall en Siewert p. 41).

TAGS
DEEL DIT BERICHT