Home / Blog / Referentiekaderprojectie: afkeur en irritatie van sociale media

Referentiekaderprojectie: afkeur en irritatie van sociale media

LATER LEZEN

Gisteren organiseerde Coopkracht, een collectief van creatieven uit Zutphen, een middag over jongerencultuur en sociale media waar ik het voorrecht had te spreken. Het programma was bedoeld voor bedrijven, ouders, scholen, verenigingen en jongeren. Tijdens twee discussierondes gingen deze deelnemers met elkaar in gesprek over sociale media. Wat opviel was dat de mensen die weinig sociale media gebruikten zich stoorden aan mensen die opgaan in hun smartfoon. Dit wekt aversie op tegen sociale media.

Een moeder vertelde hoe ergerlijk ze het vond als haar 14-jarige zoon voortdurend naar zijn telefoon zat te staren. Voor haar en anderen in de zaal zijn deze media juist a-sociaal. Bij het tafelgesprek vroeg ik haar of ze het even vervelend zou vinden als hij weggedoken zat in een boek. Dit raakte een snaar. Ze gaf aan dat ze dat minder erg zou vinden omdat ze het lezen van een boek nuttig acht. De boekvergelijking deed haar evenwel teruggaan naar haar eigen jeugd, waarin ze regelmatig stiekem met een zaklamp tot laat bleef doorlezen ook al mocht dat niet van haar ouders.

De irritatie en afkeur die sociale media oproepen bij deze niet-gebruikers kan begrepen worden als een referentiekaderprojectie, een bruikbaar concept dat deelnemer Martin de Bes inbracht. De niet-gebruikers leggen hun blik op de wereld op aan de ander en zien niet in dat die ander hun referentiekader niet deelt. Het deed onmiddellijk denken aan het werk van danah boyd. Zij laat zien [PDF] dat jongeren anders denken over privacy dan ouders:

“When adults think about privacy or private places, they often imagine the home as a private space. Yet, many of the teens that we interviewed rejected this, highlighting the ways in which home is not private for them. … The absence of parents is regularly a key factor for teens to feel as though they have privacy. … When teens explain where they can seek privacy, they focus more on who is present than the particular configurations of the space” (p. 3-4).

Een vergelijkbare discrepantie tussen de referentiekaders van jongeren en volwassenen komt naar voren uit boyds onderzoek naar online pesten. Jongeren wijzen het begrippenapparaat van volwassenen af, in dit geval de ‘volwassen’ tegenstelling tussen slachtoffer en dader. Over dat onderzoek schreven we hier al dat het noodzakelijk is om de kaders van jongeren zelf te gebruiken om hun wereld te begrijpen.

De les voor ouders en andere sociale-media-geïrriteerden is dus om te proberen meer te kijken door de bril van sociale-media-enthousiastelingen. Niet om overgehaald te worden zelf ook te gaan twitteren, maar om te leren begrijpen waarom iemand zo graag voortdurend in contact staat met vrienden en volgers.

DEEL DIT BERICHT