Home / Blog / Religieuze mensen denken eerder pornoverslaafd te zijn

Religieuze mensen denken eerder pornoverslaafd te zijn

LATER LEZEN

Porno en religieDe laatste jaren hoor je steeds meer over pornoverslaving: mensen zouden excessief kijken en daardoor gedragsproblemen gaan vertonen, vergelijkbaar met mensen die drugs gebruiken en daar schade van ondervinden. Wetenschappers plaatsen vraagtekens bij het bestaan van pornoverslaving en de ‘aandoening’ is dan ook niet opgenomen in het onlangs herziene diagnostiekhandboek DSM. Dat neemt niet weg dat er mensen zijn die vinden dat deze verslaving wel bestaat. Er zijn mensen die hun eigen pornogebruik problematiseren en vinden dat zij dwangmatig kijken en/of verslaafd zijn.

Niet kijken, toch verslaafd
Uit eerder onderzoek is bekend dat mensen die zichzelf pornoverslaafd vinden meer neurotisch zijn en minder zelfbeheersing hebben. Er zijn ook aanwijzingen dat religie een rol speelt. In drie recente studies [abstract] onderzoeken Amerikaanse psychologen dat laatste verband dieper. Welke rol spelen morele afkeuring van pornografie en religieuze overtuiging in de beleving van gedachte pornoverslaving [perceived porn addiction]?

In het algemeen zijn religieuze mensen minder vaak verslaafd aan middelen en gokken. Daarnaast accepteren religieuze mensen pornografie minder dan niet-religieuze mensen en zeggen zij minder porno te kijken. Op basis hiervan zou je verwachten dat er maar weinig religieuze mensen van zichzelf vinden dat ze pornoverslaafd zijn. Toch zijn het vaak religieuze mensen die kampen met pornoverslaving. Hoe zit dat?

Methode
In dit artikel wordt verslag gedaan van drie studies waarin mensen een online vragenlijst moesten invullen. Aan studie 1 deden 725 bachelorstudenten psychologie mee van verschillende religieuze achtergrond, waaronder ongeveer een derde niet-religieus. Het gaat om respondenten die aangaven de aflopen zes maanden bewust porno te hebben gekeken. Studie 2 was een herhaling van studie 1 met 321 studenten van een religieuze universiteit. In studie 3 werd gekeken naar een steekproef van 434 uit de algemene Amerikaanse populatie volwassenen.

Resultaten
Uit studie 1 blijkt dat religiositeit een goede voorspeller is van gedachte pornoverslaving, ook als er gecontroleerd wordt voor pornogebruik. De relatie tussen religie en gedachte pornoverslaving wordt gemedieerd door morele afwijzing. Dit betekent dat religieuze overtuiging voorspelt of iemand porno moreel afwijst, en die afwijzing voorspelt vervolgens goed of iemand denkt dat hij pornoverslaafd is. In studie 2 werden deze resultaten opnieuw gevonden. Ook in studie 3 werd dit gevonden. Hier werd de invloed van morele afwijzing anders berekend.

In studie 3 werd ook gekeken naar neuroticiteit (zich veel zorgen maken), zelfbeheersing, sociaal wenselijkheid en dagelijks gebruik van porno als mogelijke covariaten. Uit deze analyse blijkt dat er vier voorspellers zijn van gedachte pornoverslaving: daadwerkelijk gebruik, gebrek aan zelfbeheersing, religiositeit en morele afkeer.

Conclusie
De onderzoekers stellen dat er dus een verband is tussen religieus zijn en denken dat je pornoverslaafd bent, een verband dat overeind blijft ook als je controleert voor daadwerkelijk gebruik. Volgens hen loopt dit verband via morele afkeur. Religieuze mensen ervaren vaak diepe schuldgevoelens bij grensoverschrijdende gedragingen. In sommige religieuze kringen wordt pornografie gezien als schending van religieuze waarden. Dat gedrag wordt dan vervolgens ‘verklaard’ als een geestesziekte – een pathologie:

“Feelings of addiction could be seen as the religious individual’s pathological interpretation of a behavior deemed a transgression or a desecration of sexual purity” (p. 10).

Gezond verwarren met moreel juist
In wetenschappelijke en maatschappelijke discussies over pornoverslaving komt moraal snel om de hoek kijken. Het psychologische idee van ‘gezonde seks’ is dan ook doordrenkt van overwegingen over ‘moreel juiste seks’. Masturberen, meerdere partners en fetisjen worden dan afgewezen als ongezond omdat ze afwijken van het ideaal van seks binnen een huwelijk gericht op voortplanting. Het is logisch dat mensen die porno afkeuren maar het toch kijken daar negatieve gevoelens over hebben. Hun gedrag is voor hun al een transgressie en het label ‘verslaving’ past daar mooi bij.

Bij het lezen van dit onderzoek moest ik denken aan vroege onderzoeken naar homoseksualiteit. Richard von Krafft-Ebing schreef eind negentiende eeuw de Psychopathia Sexualis. Hij vond homoseksualiteit een psychopathie. Zijn homoseksuele patiënten en onderzoekssubjecten legden hem uit dat niet de homoseksualiteit, maar de reactie van de omgeving op die homoseksualiteit zorgde voor psychische problemen. Vergelijkbaar zou je hier kunnen stellen dat niet het pornokijkgedrag zorgt voor problemen, maar de (angst voor) reacties van medegelovigen brengt stress, wanhoop, schaamte en isolatie met zich.

Lees ook: Onderzoek: pornoverslaving bestaat niet

UPDATE: Op Twitter wees Samuel Gerrets me op onderstaande bijbeltekst, die wellicht inzicht biedt in hoe dit mechanisme werkt:

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst. Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik” (Romeinen 7:15-19).

DEEL DIT BERICHT