Home / Blog / Schoonheid zit voor 70% in het oog van de aanschouwer

Schoonheid zit voor 70% in het oog van de aanschouwer

LATER LEZEN

“De schoonheid der vrijster ligt in ‘s vrijers oog.” Zo vertaalt Van Dale de prachtige uitdrukking beauty is in the eye of the beholder. Wat we mooi vinden, is subjectief. Je zou ook kunnen veronderstellen dat het een wisselwerking is tussen de schoonheid van een persoon en de blik van de aanschouwer. Dat is wat Amerikaanse psychologen hebben gedaan in een recent onderzoek [abstract]. Ze wilden weten welke karakteristieken van de aanschouwer (observer) en aanschouwde (target) van belang zijn bij seksuele aantrekkingskracht.

Methode

Op basis van eerder onderzoek veronderstellen de onderzoekers dat het geslacht, de seksuele oriëntatie, de zelfgerapporteerde mate van mannelijkheid en vrouwelijkheid, en ras/etniciteit van de aanschouwer ertoe doen. Bij de aangeschouwde gaat het om leeftijd, de mate van mannelijkheid en vrouwelijkheid en ras/etniciteit.

Aan het onderzoek deden 302 mannen (waarvan 206 zich identificeerden als hetero en 96 als homo) en 289 vrouwen (196 hetero, 93 lesbisch) mee. Ze waren tussen de 18 en 67 jaren en overwegend wit. Zij kregen in een online vragenlijst foto’s voorgelegd van schaarsgeklede mannen en vrouwen. De foto’s kwamen uit ‘heteroseksuele’ media zoals Sports Illustrated en ‘homoseksuele’ media zoals Freshmen Magazine. Op de foto’s stonden individuen die verschilden in aantrekkelijkheid, mannelijkheid en vrouwelijkheid (zoals gespierdheid en haarlengte), leeftijd en etniciteit. Er werd gevraagd naar hoe seksueel aantrekkelijk en hoe mannelijk/vrouwelijk ze de persoon op de foto vonden. Daarna moesten ze aangeven hoe mannelijk/vrouwelijk ze zichzelf vonden.

Resultaten

Uit de multilevelanalyse blijkt dat vier kenmerken van de aanschouwde significant gerelateerd zijn aan seksuele aantrekkelijkheid: ras/etniciteit, leeftijd, mannelijkheid/vrouwelijkheid en de mediabron. Zeven kenmerken van de aanschouwer deden ertoe: ras/etniciteit, leeftijd, geslacht, seksuele oriëntatie en de interactie tussen seksuele oriëntatie en mannelijkheid/vrouwelijkheid. Daarnaast nemen de onderzoekers een aantal patronen waar.

  1. Leeftijd doet ertoe. Hoe jonger, hoe aantrekkelijker. Dit geldt sterker voor mannen.
  2. Eigen soort eerst. Niet-witte mensen vinden niet-witte mensen seksueel aantrekkelijker, witte mensen witte mensen.
  3. Complementariteit is een mythe. Mannen die op mannen vallen houden van mannelijke mannen. Vrouwen die op vrouwen vallen van vrouwelijke vrouwen.
  4. Heteromedia zijn voor hetero’s. Homoseksuele respondenten vonden de personen uit homoseksuele media aantrekkelijker. Er is misschien dus zoiets als een afzonderlijke homo gaze en hetero gaze.
  5. Schoonheid ligt voor het merendeel in het oog van de aanschouwer: ongeveer zeventig procent van de variantie in seksuele aantrekkingskracht ligt op het niveau van de observant. Het gaat dus om verschillen tussen degenen die aanschouwen. Ongeveer dertig procent ligt bij de aanschouwde, dus de verschillen tussen degenen die bekeken worden. Bovendien zijn er sterke interactie-effecten tussen aanschouwer-aanschouwde.

De onderzoekers concluderen dat seksuele aantrekkelijkheid vooral zit in gelijkheid en in jongheid.