Home / Blog / De selfie als symbool van woelige tijden

De selfie als symbool van woelige tijden

LATER LEZEN

Al het hele jaar worden er blogs volgeschreven over de selfie. Het zelfportret met mobiele telefoon is voor veel volwassenen een fascinerend fenomeen. Het woord dook volgens The Guardian voor het eerst online op in 2002, werd in 2004 al gebruikt op Flickr maar raakte in 2012 pas echt ingeburgerd. Deze week werd bekend dat ‘selfie’ voor de Oxford Dictionaries het woord van het jaar is. Uiteraard kwam er hier door weer een nieuwe stroom culturele analyses van de selfie op gang.

Velen zien de selfie als een manifestatie van het narcisme van de huidige generatie jongeren, de Millennials. Een voorbeeld hiervan is de coverstory van Time van mei dit jaar. Dat is een denkfout: het gaat niet om deze generatie jongeren, het gaat om jongeren. Alle twintigers zijn narcistisch en van iedere generatie worden dus zulke dingen beweerd, zo laat een rondje langs historische tijdschriftcovers ons zien.

Er is ook aandacht voor gender. Sommige feministen vinden de selfie een manifestatie van (zelf)objectificatie en een te grote focus op uiterlijk. De selfie zou dan een vorm van oefenen voor the male gaze [wiki] zijn. Eerder schreef ik over zulke kritiek op selfies als een eigen vorm van narcisme.

Het meest interessante aan deze discussies is dat er blijkbaar nu over gediscussieerd moet worden. Rembrandt schilderde eindeloos veel zelfportretten en de eerste selfie op een foto is uit 1839. De selfie is nu zo populair omdat technologie het mogelijk maakt makkelijk selfies te maken en te delen. De discussie over de selfie is vooral een teken dat we zulke zelfgemaakte media-uitingen nog niet goed kunnen plaatsen in ons dagelijks leven. We worden geconfronteerd met nieuwe technologie, waarvan sommigen zeggen dat het onze wereld gaat redden en anderen beweren dat het de wereld kapot zal maken. Hierdoor zijn we geneigd om heel veel betekenis toe te kennen aan de producten die nieuwe technologie voortbrengt, zonder naar de voorgangers van die producten in het verleden te kijken.

Schrijfster Sarah Nicole Prickett gaat in op de vraag waarom selfies verdedigd moeten worden en plaatjes van grappige dieren niet. Ze schrijft over de selfie:

No matter how we twist, we see our faces not in the flesh but in reflections. The iPhone screen literally flips the gaze, locks it. We can make faces at the faces that we make. We can hold our face at arm’s length and judge it, can like it or stare at it or unsee (delete) it and, in so doing, gain the same power held over us by any dumb stranger on the street.

De selfie draait dus om zelfverkenning. De discussie erover ook.

DEEL DIT BERICHT