Home / Blog / Slaap als de vijand van het neoliberalisme

Slaap als de vijand van het neoliberalisme

LATER LEZEN

Sleeping Beauty posterWij leven in een makeover-cultuur. Iets worden [becoming] vinden we belangrijker dan iets zijn [being]. Aan ons ik moet dus steeds gesleuteld worden: we kunnen altijd een betere versie van onszelf zijn. Dit wordt gezien als een neoliberaal ideaal: zelfbewuste burgers die steeds maar persoonlijk moeten groeien. In een recent artikel [abstract] analyseert mediawetenschapper Meredith Jones hoe slaap zich verhoudt tot dit ideaal. Slaap wordt steeds meer een middel voor makeover: ‘goed’ slapen wordt gecommercialiseerd. Van medicijnen tot auto’s die je aanmoedigen een dutje te doen.

Jones begint bij de sprookjes Sneeuwwitje en Doornroosje. Hun slapende lichamen kunnen bekeken worden en zijn essentieel voor het verhaal, maar de meisjes zijn vooral aantrekkelijk in deze enorme passiviteit. Terwijl zij slapen, verandert de wereld om hen heen. Bij slapende mannen in sprookjes gaat dit anders: zij worden wakker en ontdekken dan hun revolutionaire potentieel. In populaire cultuur doen slapende mannen zelfs dingen tijdens hun slaap (Minority Report, Inception).

Sleeping Beauty (2011, Julia Leigh) is een recente adaptatie van Doornroosje. Protagonist Lucy laat mannen geld betalen om tijd door te brengen met haar slapende lichaam. Volgens Jones is dit een feministische film. De passiviteit van Lucy is een non-activiteit, een niet-meedoen:

“We might then see Lucy’s drugged and unconscious body as one that is silently, passively, subversive. It enacts a radical hospitality … by being open to anything, by becoming a body that exists only for the purposes of others. This inert, floppy, agency-less figure is powerful because of its difference, because of the point it makes about freedom and a letting-go of will” (p. 7).

Er zit macht in nergens om geven, in het niets doen. In een 24-uurseconomie is dat onacceptabel. Onze makeover-cultuur wil dat we constant ergens aan werken en slaap is daaraan tegengesteld. Volgens Jones wordt slaap meer en meer een “weak indulgence”, een zwak ergens aan toegeven. Ze pleit daarom voor het beschermen van slaap, maar ook voor een herwaardering van falen en van knikkebollen:

“there is force and energy in failure, pausing, turning backwards, going sideways, being lazy, looking the other way. Perhaps it is time to recognize and even enjoy the values in nodding off, falling asleep, vegging out, not participating” (p. 10).

Ik ga een dutje doen terwijl u daarover nadenkt.

(Het artikel van Jones verscheen in een themanummer van International Journal of Cultural Studies over makeovers. We besteden de komende tijd ook aandacht aan andere artikelen daaruit. Eerder bespraken we al jaren ’80 films en vrouwelijkheid.)