Home / Blog / Snobs, clickbait en Dorito’s: wegwerpjournalistiek op het web

Snobs, clickbait en Dorito’s: wegwerpjournalistiek op het web

LATER LEZEN

Internet is een plek waar niches kunnen gedijen. Het biedt mensen die ver van elkaar vandaan wonen maar wel interesses delen de mogelijkheid elkaar te vinden. Je kunt er blogs vinden over zeer gespecialiseerde onderwerpen, en/of geld verdienen aan de long tail. Toch lijkt journalistiek in de tijd van internet meer en meer eenheidsworst te worden. Overal zien we hetzelfde nieuws terugkomen. In The New York Times verscheen gisteren een stuk dat ingaat op deze problematiek.

Dorito’s
Cecil de leeuw en de jurk met meerdere kleuren waren overal. Echt, overal. Zulke berichten overspoelen de lezer. Het zou op het web gaan om ‘wegwerpjournalistiek’: herhalende, triviale journalistiek gericht op de logica van sociale netwerken. Appèls op emotie overheersen dan, omdat zulk nieuws eerder gedeeld wordt. Volgens voormalig The Verge-redacteur is het als het eten van een zak Dorito’s. “You look up and think, ‘What am I doing?’” citeert de krant.

Snobs
Klagen over de kwaliteit van nieuws is zo oud als kranten zelf. Sensationalisme is niet uitgevonden op het web en er is niets nieuws aan journalisten die nieuwswaarde bepalen door te kijken naar waar andere journalisten over schrijven. Daar ligt een dilemma: media willen zowel origineel zijn als aansprekend. The Washington Post zegt in hetzelfde artikel dat ze snobs zouden zijn als ze negeerden waar mensen over praten. Daarom heeft de krant twee teams die bijhouden wat er op het web gebeurt.

Geld
Veel kranten willen zoveel mogelijk lezers trekken. Dat levert – denken ze – het meeste geld op in de vorm van advertentie-inkomsten. We zien daarom dat alle kranten en sites als The PostOnline de generieke ANP-berichten brengen. Aantrekkelijkheid en advertenties gaan echter slecht samen. The New York Times schrijft:

“Many [publishers] have grown more aggressive with their advertising tactics. According to research by Facebook, news pages, often heavy with advertising, take an average of eight seconds to load, the longest for any kind of content. That can feel like a lifetime to a smartphone user seeking a quick glimpse of the news while waiting in line or commuting. When readers finally arrive at the story, they must steel themselves for a fight — to dismiss pleadings to subscribe or register, or to shut down advertisements that play automatically, by touching a tiny, moving “X” with the fingertip precision of a surgeon.”

Aan de ene kant worden lezers dus ‘aangetrokken’ met generieke content gericht op emoties, aan de andere kant worden ze weggejaagd met irritante reclames.

Oplossing
Het dilemma is duidelijk. Het ligt voor de hand om de oplossing te zoeken bij kwaliteit en niches (The New York Times gaat daar verder niet op in). Vice richt zich bijvoorbeeld op een kleiner deel van de markt, investeert in specialistische reportages en weet – juist daardoor zou ik willen stellen – content te maken die het goed doet bij het online publiek. Dat vereist echter wel een hele andere manier van denken.

Afgelopen week was de nieuwe bezorgdienst Picnic in het nieuws. NRC Handelsblad publiceerde een interview [blendle-link] met oprichter Michiel Muller. Hij zei over vernieuwing:

“[J]e moet ook innovatiekracht hebben. Albert Heijn heeft al leveranciers en een distributiemodel. Dan kun je niet morgen zeggen: weet je wat, we kappen met die supermarkten, we gaan iets anders doen. Je zit in een model dat je eerst moet oplossen, weggooien, afbouwen, voor je iets anders kunt beginnen.”

Er zal altijd behoefte zijn aan kwaliteitsjournalistiek. De uitdaging is in welke vorm. Een sturende vraag daarbij moet zijn hoe de uitgever dit zo comfortabel mogelijk maakt voor de lezer.

DEEL DIT BERICHT