Home / Blog / Snobs, rijke uitsluiters en de gewone man kijken anders maar toch voorspelbaar naar reality-tv

Snobs, rijke uitsluiters en de gewone man kijken anders maar toch voorspelbaar naar reality-tv

LATER LEZEN

Realitytelevisie biedt een blik op een wereld die misschien niet de jouwe is. Zo vind ik het heerlijk om me te vergapen aan Teen Mom, waarin Amerikaanse tienermoeders gevolgd worden. Zij zijn niet alleen moeder en Amerikaans maar komen bijna allemaal ook uit de lagere klasse. Klasse speelt vaak een rol bij reality: er zijn veel series waarin ‘volkse’ mensen gevolgd worden.  Kjell Noordzij, Koen van Eijck en Pauwke Berkers van de Erasmus Universiteit onderzochten [gratis toegang] of mensen uit verschillende klassen anders naar zulke programma’s kijken.

Smaak
De auteurs onderscheiden, in navolging van de beroemde socioloog Pierre Bourdieu, enerzijds economisch kapitaal (verschillen in inkomen en bezit) en anderzijds cultureel kapitaal (attitudes, voorkeuren en gedragingen die een hoge culturele status symboliseren). Mensen met veel economisch kapitaal maar laag cultureel kapitaal hebben dus veel geld, maar zij consumeren weinig goederen met hoge culturele status – denk bijvoorbeeld aan kaartjes voor het Concertgebouw. Zo zijn er verschillende klassenposities te zien, die zich allen van elkaar onderscheiden door verschillen smaak. Volgens Noordzij, Van Eijck en Berkers kunnen mensen uit verschillende klasse ook dezelfde items consumeren (en het kijken naar reality is een vorm van consumptie) maar doen ze dat alleen op een andere manier:

“Het is dan de manier waarop men met een cultuurproduct omgaat die bepaalt wat het betekent voor de gebruiker en daarmee ook wat het zegt over die gebruiker” (p. 251).

Elementen die daarbij volgens hen een rol spelen zijn identiteit (hoe je naar jezelf kijkt), distantiëring (hoe zeer je scheidslijnen trekt tussen jouw ingroup en outgroups), stereotypering (over de ander) en openheid (de mate waarin je open staat voor zaken, wat ook een vorm van snobisme kan zijn).

Methode
Het gaat om een kleinschalig, kwalitatief onderzoek onder twaalf respondenten uit de Randstad, in de leeftijd van 43 tot 63 jaar – een leeftijd waarop klassenposities gestabiliseerd zijn. Respondenten werden aan de hand van een profielschets met daarin opleiding, culturele interesses en activiteiten en economisch kapitaal ingedeeld als onderdeel van 1) de economische elite; 2) de culture elite; en 3) de lage klasse. Uit elke klasse werden vier personen geïnterviewd.

Tijdens de interviews werden steeds dezelfde fragmenten van maximaal 1 minuut getoond uit vier series, waarbij de respondenten gevraagd werd deze te bespreken en de getoonde personen te becommentariëren. Het gaat om deze programma’s, met daarachter welke klasse er verbeeld wordt in de series:

  1. Adieu BZN (TROS 2007), lage economische elite (weinig cultureel en relatief veel economisch kapitaal);
  2. Bij ons in de PC (KRO 2007), hoge economische elite;
  3. Hier zijn de Van Rossems (NTR 2015), culturele elite;
  4. Samantha en Michael nemen er nog eentje (RTL 2015), lage klasse.

De respondenten moesten na afloop een vragenlijst invullen waarbij ze moesten aangeven in welke klasse de getoonde personen zich volgens hen bevonden. Het interviewmateriaal werd vervolgens systematisch gecodeerd.

Vier interpretatiewijzen
De onderzoekers komen tot vier manieren van interpreteren, die zij verbinden aan de klassenpositie van de respondenten.

Tolerant: de respondent wil laten zien dat hij openstaat voor anderen of bepaalde eigenschappen kan waarderen. Tolerantie is een belangrijke waarde, waardoor iemand die tolerantie uit zich ook boven iemand plaatst die dat niet doet. Het waren vooral respondenten uit de culturele elite die deze interpretatiewijze lieten zien. Zij analyseerden de fragmenten uitvoeriger en benadrukten bijvoorbeeld dat de personages uit de getoonde series eerlijk zijn of gezellig. Ze waren zich daarbij bewust van vooroordelen die ze mogelijk hebben.

Distantiërend: de respondent neemt een verheven positie aan. Dit gaat vaak gepaard met stereotypering. Deze interpretatiewijze zagen de onderzoekers vooral bij de economische elite. Het gaat over termen als opvoeding, niveau, opleiding, volks en gebrek aan diepgang. Ze distantieerden zich niet alleen van de lagere klasse, maar ook van de hoge economische elite – waarmee ze zich evenwel meer identificeerden.

Praktisch: de respondent neemt ook hier afstand, maar niet op basis van ideologie maar op basis van pragmatiek; gesteld wordt dat wat vertoond wordt niet de realiteit of normaal is. Het waren vrijwel uitsluitend respondenten uit de lage klasse die deze wijze van interpreteren hadden. Ze maakten gebruik van woorden als gewoon, normaal en nep. Ook op de vraag of ze de getoonde mensen zouden willen leren kennen reageerden ze pragmatisch: bijvoorbeeld dat het lastig is omdat de mensen ouder zijn dan zij.

Identificerend: de respondent herkent zich in de getoonde personages. Respondenten uit de culturele elite herkenden zich het meest wanneer hun klasse vertoond wordt. Bij de andere twee groepen was er de meeste identificatie wanneer het over specifieke thema’s ging, respectievelijk opvoeding en gewoon zijn. Dat deze groepen zich toch minder herkenden in de eigen getoonde groep kan volgens de onderzoekers liggen aan de keuze voor de series: de vertoonde personen daarin zijn extremer dan bij de culturele klasse.

Implicaties
De interpretatiewijze zijn dus sterk klassengebonden: hoe deze mensen naar televisie kijken en hoe ze daar betekenis aan geven is afhankelijk van hun klassenpositie. Dat komt overeen met een van de bekendste theorieën over mediareceptie, het encoding/decoding-model van Stuart Hall dat de onderzoekers gek genoeg niet noemen. Het onderzoek brengt drie belangrijke inzichten voort, die evenwel niet geheel nieuw zijn:

  1. Stereotypering vindt ook van beneden naar boven plaats;
  2. Tolerantie lijkt iets te zijn de culturele klasse vooral met de mond belijdt;
  3. De economische elite is het meest uitgesproken en het meest geneigd tot uitsluiting.

Deze houdingen gelden niet alleen voor de manier waarop naar realitytelevisie wordt gekeken, maar ook voor dagelijkse sociale interacties.

TAGS
DEEL DIT BERICHT