Home / Blog / Succesvol worden als zwarte acteur doe je zo

Succesvol worden als zwarte acteur doe je zo

LATER LEZEN

Will Smith en Tyler Perry zijn twee opmerkelijke namen in Hollywood: ze braken door het glazen raciale plafond. Will Smith is “Hollywood’s most bankable star” en bekend van grote blockbusters. Tyler Perry is de eerste zwarte eigenaar van een filmstudio en maakt kleinere, onafhankelijke films. In een recente studie [abstract] analyseert Amerikanist Eithne Quinn op basis van persberichten en interviews de carrièrestrategieën van Smith en Perry.  Ze stelt vast dat ras zowel een obstakel als mogelijkheid is geweest voor deze mannen.

Smith en Perry worden zelden samen genoemd omdat ze actief zijn in enigszins gescheiden velden van de filmindustrie. Daarnaast hebben ze een andere identiteitspolitiek. Van Smith wordt vaak gezegd dat hij ras overstegen heeft (‘Smith’s appeal is so universal that it transcends race’), terwijl Perry films maakt voor een zwart publiek met veelal zwarte acteurs. Toch zijn er overeenkomsten.

Crossmedialiteit
Beiden hebben crossmediaal carrière gemaakt. Hun vermogen op te treden in de minder uitsluitende domeinen van televisie, muziek en theater hielp bij het overwinnen van de barrières van de filmindustrie. Smith begon als rapper en speelde daarna de titelrol in The Fresh Prince of Bel Air (1990). Zijn eerste film was Six Degrees of Separation (1993). Crossmedialiteit bleef belangrijk: Smith bracht singles uit die samenvielen met de premières van zijn films. Perry begon als schrijver en regisseur van gospel-toneelstuk I Know I’ve Been Changed (1998). Nadat hij bij het toneel naam had gemaakt, schreef en produceerde hij Tyler Perry’s Diary of a Mad Black Woman (2005). Daarna schreef hij een boek en lanceerde een sitcom.

Televisieroem draait om herkenbaarheid, terwijl het bij filmroem meer gaat om afstand. Zowel Smith als Perry hebben de vertrouwdheid van tv gebruikt om een vaste fanbasis te bouwen. Perry deed dat bijvoorbeeld door regelmatig bij Oprah Winfrey te verschijnen.

Commerciële ambitie
Een tweede overeenkomst die Quinn signaleert is een gedeelde commerciële drive. Zowel Smith als Perry geven – heel ongebruikelijk voor creatief talent – in interviews vaak aan dat ze commercieel ambitieus zijn en veel doen aan personal branding. Smith zocht samen met partner James Lassiter naar de overeenkomsten tussen de commercieel meest succesvolle films en zocht vervolgens naar scripts met die kenmerken. Men in Black en Wild Wild West zijn naast filmtitels ook titels van Smiths muzikale hits. Perry gebruikte voor de naamsbekendheid zijn naam in de titels van zijn films. Volgens Quinn is dit indicatief voor een breder fenomeen onder zwarte Amerikanen. Zij zijn er goed in om hun levensverhaal, van strijd tot succes, om te zetten in een merk:

Furthermore, with a deep understanding of image management stemming from a history of cultural oppression, post-civil rights African Americans are often particularly adept at developing successful publicity images by narrativizing their own struggles and successes as lifestyle brands: from Oprah (who self-sells the “glamour of misery”) to the likes of Jay-Z (who endlessly riffs on the hustling reflexivities of his own Roc-A-Fella artistry and commerce) (p. 201).

Publiciteitsstrategieën
Hollywoodbazen geloofden dat ‘zwart’ niet verkocht in de rest van de wereld. Om hen ongelijk te geven, ging Will Smith voor Bad Boys (1995) op mondiale promotietour. Het kassucces in het buitenland was overweldigend. Perry gebruikte grassroots publiciteitstechnieken. Hij bouwde bijvoorbeeld een mailinglijst waar uiteindelijk meer dan een miljoen namen opstonden. Via deze lijst testte hij ook ideeën – een stuk goedkoper dan via de focusgroepen die Hollywoodbazen voorstaan.

Hustle
Het success van Smith en Perry heeft gevolgen gehad. Zo is er dankzij Smiths productiemaatschappij Overbrook en de studie Perry meer werk voor zwarte acteurs. Quinn besluit:

By skillfully developing their conglomerate- and audience-facing brands, they showed themselves to be highly adept and focused brokers of symbolic and commercial capital. They hustled the corporations with a deep hip-hop-inflected awareness of the conglomerates’ great dependency on top creatives to reduce financial risk (p. 207).

TAGS
DEEL DIT BERICHT