Home / Blog / Voor kranten is cyberpesten vooral een e-safety-thema

Voor kranten is cyberpesten vooral een e-safety-thema

LATER LEZEN

vlaamse_week_tegen_pestenMedia schrijven graag over media, en het liefst schrijven ze dan over kwalijke kanten van media. Uit een studie bleek bijvoorbeeld dat 64 procent van de berichten over kinderen en internet (uit veertien landen) ging over online risico’s en slechts achttien procent over online kansen. Cyberpesten krijgt daarom veel aandacht in de pers. Die berichtgeving is niet zonder effect: beleidsmakers baseren zich erop, ouders maken zich er zorgen door en er is een mogelijkheid van copycat-gedrag. Communicatiewetenschappers Anne Vermeulen en Heidi Vandebosch onderzochten [abstract] hoe Vlaamse kranten over cyberpesten verslag doen.

Methode
Ze voerden een kwantitatieve inhoudsanalyse uit van artikelen uit zes Vlaamse dagbladen: De Standaard en De Morgen (die gezien worden als ‘kwaliteitskranten’) en Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg (beschouwd als ‘populaire’ kranten). Er werd gezocht naar ‘cyber’/‘digitaal’/‘online’/‘virtueel’/‘internet’/‘gsm’/‘elektronisch’/‘mobiel’ + ‘pesten’ in de periode 1999-2011. Artikelen werden met de hand nagelopen op relevantie en duplicaten werden verwijderd. Uiteindelijk bevatte de steekproef 447 krantenartikelen. De artikelen zijn handmatig gecodeerd.

Resultaten
De ‘populaire’ kranten schrijven meer over cyberpesten dan de ‘kwaliteitskranten’, maar de laatste schrijven langere stukken. Er wordt vooral over pesten onder jongeren gerapporteerd. Het woord ‘cyberpesten’ wordt voor het eerst gebruikt in oktober 2001. Daarvoor waren er ook al wel berichten over het fenomeen. Er ligt een piek in 2006 toen een grootschalig onderzoek naar cyberpesten onder Vlaamse jongeren werd gepubliceerd. Daarna hield de aandacht aan. Binnen de jaren is er sprake van golven: bij de start van het nieuwe schooljaar verschijnen er steevast artikelen over cyberpesten, net als in februari en maart tijdens de ‘Vlaamse week tegen pesten’ en ‘ Safer Internet Day’.

Inhoud van de artikelen:
Acties, interventies of beleid focusten: 33 procent
Onderzoek: 23,6 procent
Specifieke cases: 15,9 procent
Overig: 27,5 procent

Bij overig gaat het bijvoorbeeld algemene artikelen met uitleg over het fenomeen of aankondiging televisieprogramma. Bij onderzoek valt op dat de meeste berichten (32 van de 43) een nationale focus hadden. Ook de cases zijn vooral Belgisch, naast 7 artikelen over Amerikaanse gevallen. Opvallend is dat er vaak een connectie wordt gemaakt met zelfmoord, hoewel het aantal jongeren dat daadwerkelijk zelfmoord pleegt omwille van cyberpesten relatief klein is (de onderzoekers noemen hier geen cijfers). ‘Populaire’ kranten schrijven minder over onderzoek en meer over cases.

In de berichtgeving is technologische verandering te merken. In meer dan zestig procent van de artikelen worden applicaties genoemd waarop gepest wordt. Pesten per telefoon komt voor het laatst voor in 2006; pesten via YouTube juist sinds 2006. Pesten via sms, e-mail, blogs en fora keren steeds terug.

Conclusie
De auteurs stellen dat nieuws over cyberpesten voorspelbaar is. Onder invloed van technologische ontwikkelingen neemt het steeds nieuwe gedaantes aan. Bovendien heeft cyberpesten een plek gevonden bij een groot aantal organisaties die ‘media events’ creëren om de aandacht vast te houden. Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom de afname aan media-aandacht die kenmerkend is voor issue cycles (nog) niet is opgetreden. Het is volgens de auteurs het technologische aspect dat de nieuwswaardigheid van dit topic blijkt te bepalen. Cyberpesten wordt geframed als een e-safety-probleem en niet zozeer als een voortzetting van wat er al op het schoolplein gebeurde. Dit sluit aan bij theorie over morele panieken, waarin gesteld wordt dat deze panieken zich vooral voortdoen bij de introductie van nieuwe media.

Het (te) snelle verband dat tussen zelfmoord en cyberpesten wordt gelegd is gevaarlijk vanwege mogelijke copycat-impact, stellen de auteurs. Ook maken zij zich zorgen of ouders en andere partijen wel de juiste preventiemaatregelen voorgeschoteld krijgen omdat de adviezen van deskundige uit diverse organisaties komen. Het maakt daarbij uit welke krant je leest, omdat ‘kwaliteitskranten’ en ‘populaire’ kranten anders verslag doen.