Home / Blog / Zowel professionals als ouders willen vooral weten wat normáál mediagebruik is

Zowel professionals als ouders willen vooral weten wat normáál mediagebruik is

LATER LEZEN

Ouders willen graag weten wat normaal is. Onze mediawereld verandert constant en daarom zoeken ouders advies van experts om erachter te komen of ze het wel goed doen. Langzaam is er een veld ontstaan dat hierop inspeelt en dat ‘mediaopvoeding’ heet. Mijn Kind Online en het Nederlands JeugdInstituut (NJI) hebben een rapport [PDF] geschreven over de werkwijze en behoeftes van professionals in deze sector.

De doelen van mediaopvoeding zijn divers en normatief: zo stelt het NJI dat mediaopvoeding ervoor moet zorgen dat kinderen zelfstandig media kunnen gebruiken, de tijd die ze aan media besteden in de gaten kunnen houden, dat ze informatie uit de media kunnen begrijpen, dat ze kunnen doorzien wat er waar is van die informatie en dat ze weten hoe media invloed uitoefenen. Als doctor in de communicatiewetenschap weet ik niet of ik deze doelen wel beheers. Hoe zit dat met andere professionals?

De auteurs hielden interviews en focusgroepen met 45 professionals die werkzaam zijn bij bijvoorbeeld bibliotheken, Jeugdzorg, GGD en scholen. Een aantal inzichten.

Weinig kennis, veel angst
De respondenten noemen vooral internet en sociale media als aandachtspunt van mediaopvoeding. Ze vinden dat vaak ouders ook mediaopvoeding nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze vergroeid zijn met hun mobieltje. Ze vinden bewustwording bij ouders belangrijk. Ondersteuning geven ze door voorlichting te geven, in gesprek te gaan en vragen te beantwoorden. Ook laten zien hoe sociale media werken is belangrijk.

De ervaring is dat ouders te negatief denken over sociale media. Daarom zetten professionals vooral in op het wijzen op kansen. Die negatieve houding van ouders komt volgens hen door onwetendheid en negatieve berichtgeving in de media, zoals de Facebookmoord. Er is daarbij een verschil tussen laag- en hoogopgeleide ouders. De laatsten hebben zelf meer internetervaring en daardoor beter zicht.

Zoeken naar de norm
Het valt professionals op dat weinig ouders uit zichzelf met vragen komen. Als ze komen, speelt er al iets of is er net iets in het nieuws geweest. Mediagebruik is vaak niet de hoofdvraag, maar media komen meestal wel ter sprake. Meestal gaat het dan om zorgen over media als afleider bij huiswerk. Toch hebben ze het idee dat het onderwerp erg leeft onder ouders.

Ouders willen van professionals vooral weten wat normaal is: welk medium mag op welke leeftijd en hoeveel tijd mogen kinderen daarmee doorbrengen. Wanneer spreek je van zorgelijk gedrag? Hoe pak je een gesprek over media aan en hoe leg je regels op? Naast normaal willen ze ook weten wat goed is: wat zijn goede apps en waarom? Uiteindelijk zijn ouders op zoek naar kant-en-klare richtlijnen, het liefst in tastbare vorm zoals een folder.

De professionals geven aan dat ouders niet weten wat ze met het mediagebruik van hun kind aan moeten en dat ze niet weten wat je allemaal met media kunt doen. Ook hier constateren de professionals een verschil tussen laag- en hoogopgeleide ouders. De eerste groep heeft meer problemen met het inzien van risico’s.

Deskundigen weten het ook niet
De respondenten komen uit verschillende organisaties waarbinnen mediaopvoeding een verschillende rol speelt. Ze twijfelen zelf of ze wel voldoende aandacht aan dit onderwerp besteden. Affiniteit speelt daarbij een belangrijke rol: als een medewerker zelf erg ICT-vaardig is, is er meer kennis en interesse in huis. Ze vinden dat er weinig informatie beschikbaar is en gaan zelf ook maar meestal ‘gewoon googelen’. Goede bronnen vinden ze Mijn Kind Online, Ouders Online, Kennisnet en mediaopvoeding.nl. Een paar respondenten geven aan dat ze zonder echte richtlijnen ook maar wat natte vinger-werk doen.

Bijna alle professionals zouden het liefst een overzicht hebben van hoe kinderen zich ontwikkelen in relatie tot mediagebruik. Toch zeggen ze dat het belangrijk is het individuele kind niet uit het oog te verliezen. Een overzicht van betrokken organisaties is ook gewenst. Er wordt geklaagd over de wildgroei aan mediacoaches, waarvan vaak onduidelijk is wie goed en betrouwbaar is en wie niet. Er is ook behoefte aan kennisdeling. De respondenten geven aan dat media in hun eigen pedagogische opleiding geen aandachtspunt was en dat ze nu het gevoel hebben allemaal zelf het wiel te moeten uitvinden. Ook zouden de respondenten graag zien dat het duidelijker was welke instantie welke verantwoordelijkheden heeft op dit vlak, oftewel dat helderder is wat de taakverdeling tussen organisaties is.

DEEL DIT BERICHT