Home / Blog / Een kleine geschiedenis van het vrouwenblad

Een kleine geschiedenis van het vrouwenblad

LATER LEZEN

Voordat we door Instagram scrolden, bladerden we door tijdschriften. Voor iedere doelgroep was er een eigen blad (denk Arts en Auto, daadwerkelijk een – nog bestaand! – magazine). Net zoals Instagram meer meisjes en vrouwen bedient, werd de bladenmarkt overheerst door vrouwenbladen. In Nederland waren Margriet en Libelle koplopers, ze hadden een invloed die nu niet meer in te denken is. Oud-redacteur Marjan van Marle schreef een mooi boek over: Je beste vriendin: Libelle en Margriet als venster op de wereld.

Negentiende eeuw
Nederland blijkt een betrekkelijke laatkomer op dit gebied. In Engeland, Frankrijk en Duitsland krijgen vrouwenbladen al in de tweede helft van de achttiende eeuw voet aan de grond. De verandering komt met Pénelopé of maandwerk aan het vrouwelijk geslacht toegewijd dat voor het eerst verschijnt in 1821 (zie hier voor meer informatie). Het wordt gemaakt door een vrouw, Anna Barbara van Meerten-Schilperoort, die daarnaast een kostschool voor meisjes runt. Het blad is duur en moralistisch. Van Marle schrijft:

“en droeg telkens weer de boodschap uit dat de ‘werkkring’ van de vrouw het huisgezin was en dat zij zich dienstbaar diende op te stellen ten opzichte van haar – toekomstige – echtgenoot” (p. 16).

Het damesblad breekt enkele decennia later echt door. In de jaren 40 en 50 van de negentiende eeuw groeit het landschap. Van Marle onderscheidt drie categorieën: handwerk/modebladen; godsdienstige tijdschriften en amusementsbladen. In die laatste groep zat bijvoorbeeld poëzie en faits divers. Toen al splitsten bladen zich uit naar doelgroep, met aparte titels voor meisjes (Erina, Flora) en dames (het Damesweekblad).

De markt wordt internationaal: de Nederlandse De Bazar verschijnt in de jaren 60 van de negentiende eeuw. Het was een editie van het Duitse blad Die Modenwelt, dat maar liefst in zeventien verschillende landen verscheen en in 1884 een half miljoen abonnees heeft. De oplage van bladen stijgt in korte tijd snel: De Gracieuse gaat van 5000 exemplaren in 1964 naar 13200 in 1891.

De vrouwenstrijd of handwerk
De eerste feministische golf begint zo rond 1850, als vrouwen zich gaan inzetten voor onder andere kiesrecht en toegang tot hoger onderwijs. In de jaren 70 van de negentiende eeuw verschijnen er ook tijdschriften gewijd aan ‘de vrouwenkwestie’, schrijft Van Marle. Ons Streven en Onze Roeping richten zich op jonge vrouwen die betaald werk wilden verrichten. Hoewel deze titels afstand hielden van een “wilde emancipatie-geest” en volgens Van Marle de “toon en woordkeuze verre van radicaal” zijn, stelt zij dat deze bladen de vrouwenemancipatie wel op de kaart zetten.

Rond de eeuwwisseling is er sprake van een rijk landschap aan bladen: radicale vrouwentijdschriften maar ook handwerk- en modebladen. Oplages stijgen explosief. Dat zal ongetwijfeld mede te maken hebben gehad met de stijgende geletterdheid.  In 1924 verschijnt Het Rijk der Vrouw, een titel gericht op een zo groot mogelijk publiek, vol praktische onderwerpen als koken en mode. De abonnementsprijs was laag, het doel van de uitgever was dat iedereen het blad kon lezen. Het maakt de weg vrij voor de Libelle en de Margriet, beide opgericht in de jaren 30 van de twintigste eeuw en nu nog steeds populair.

Binnenkort meer over dit boek in een blogpost over de politiek van Libelle en Margriet. 

DEEL DIT BERICHT