Home / Blog / Hoe politici ‘toerismefobie’ gebruiken als machtsmiddel

Hoe politici ‘toerismefobie’ gebruiken als machtsmiddel

LATER LEZEN

Barcelona is een van de populairste bestemmingen in Europa én een van de eerste steden waar verzet klonk tegen wat in de literatuur tourismification van steden wordt genoemd: steden worden onder de voet gelopen door toeristen, met allerlei schadelijke gevolgen. In een recent artikel [abstract] analyseren Francesc González-Reverté en Anna Soliguer-Guix Spaanse krantenberichten over toerismeficatie. Ze laten zien dat politici deze narratieven gebruiken om de publieke opinie naar hun hand te zetten.

Massatoerisme
In steden als Barcelona, Venetië en Amsterdam wordt geprotesteerd tegen toeristen. Het zijn er te veel, is het idee, waardoor de publieke ruimte niet langer van de burger is, lokale winkels verdwijnen en huizenprijzen stijgen. Het onbehagen overstijgt het niveau van gemopper, het kan gezien worden als

“the latest manifestation of a long line of contestation against the social and cultural dislocation wrought by a process of neoliberal urban redevelopment that began in the early 1990s” (p. 3).

Media spelen een belangrijke rol in het verwoorden van toerisme-afkeer, zo ook de Spaanse pers. De onderzoekers onderwierpen 328 nieuwsberichten uit zes verschillende kranten van verschillende aard (dwz. El País is een grote landelijke krant; Diari Ara een Catalaanse) aan een inhoudsanalyse. Het gaat om de periode 2005-2020, inclusief een stuk coronacrisis dus.

Drie verhalen
Aan het begin van de onderzoeksperiode verschenen er nauwelijks toerismeficatie-berichten. Dit verandert sterk in 2017, toen toeristen werden aangevallen en er een debat ontstond over het verdienmodel en hoe toerisme in banen te leiden. Toerisme is een discursief fenomeen: de betekenis ervan is sociaal geconstrueerd in taal.

De onderzoekers onderscheiden drie narratieven: het recht op de stad, governance en tourismefobie. De lokale zorg in Barcelona is wat daar de lloretisering van de stad wordt genoemd, naar Lloret de Mar. De nadruk wordt gelegd op ongewenste vrijgezellenfeesten en cruiseschepen, die tegen het gewenste imago als cultuurstad ingaan.

Daarvoor moeten oplossingen worden gezocht. Het tweede verhaal gaat over beheer: toerisme hoort erbij, maar hoe kunnen we dat managen? Hoe duurzaam en houdbaar is toerisme als verdienmodel? De coronacrisis benadrukte de afhankelijkheid van een instabiel verdienmodel.

Het derde narratief is toerismefobie. Afkeer van toeristen is een manier om bepaalde sociale en politieke actoren te legitimiseren of delegitimiseren. Anti-toerismebewegingen worden afgewezen, protesten en aanvallen tegen toeristen worden bekritiseerd. Daartegenover worden kosmopolitische argumenten geplaatst, over een welkomende, open stad. Maar toerismefobie wordt ook ingezet om politieke rivalen te bestrijden. De ene kant roept dat de andere kant te weinig doet om het probleem te bestrijden. Daarnaast wordt dit argument gebruikt voor Catalaanse onafhankelijkheid. Er is een strijd gaande om de publieke opinie.

Conclusies
De onderzoekers wijzen erop toerismefobie meer gebruikt wordt als een strategisch hulpmiddel dan om daadwerkelijk burgers te empoweren. Lokale gemeenschappen kunnen/mogen geen vuist maken naar de gevestigde macht. Bovendien wordt zo de aandacht afgeleid van andere sociale problemen op het gebied van urban planning.

Ze zien dat er weinig verandering in de verhalen zit, zelfs niet toen toeristen niet meer konden komen tijdens de pandemie. Er is – mede daardoor – weinig zicht op radicale verandering. De bestaande vertogen laten geen ruimte voor andere frames, zoals over milieukwesties en de impact van toerisme op mondiale schaal. Ze besluiten:

“the discourse on tourism is ideologically biased and focused on strengthening of power rather than resistance, giving scarce visibility and awareness of some of the social and economic and social impacts of tourism among the public, such as gender, health, climate change, labour problems or gentrification and residents’ urban displacement” (p. 17).

Amsterdam
De parallellen tussen Barcelona en Amsterdam zijn groot. In de angst voor de lloretisering van de stad herken je de afkeer van Engelse toeristen in Amsterdam. Amsterdam noemt zich misschien geen cultuurstad, maar het verhaal over ‘hoogwaardig toerisme’ is eveneens vergelijkbaar. En ook in Amsterdam zie je hoe toerismefobie wordt gebruikt voor politieke doeleinden, zoals het tegengaan van sekswerk.

Het zou daarom interessant zijn om deze studie te repliceren, om overeenkomsten empirisch te gronden en wellicht te analyseren in hoeverre onze bestuurders frames uit andere toerismesteden hebben overgenomen en aangepast om hun eigen politieke doelen te dienen.

TAGS
DEEL DIT BERICHT