Home / Blog / Hoe je met jongens over de manosphere praat

Hoe je met jongens over de manosphere praat

LATER LEZEN

Jacqueline Kleijer is al jaren een veelgevraagd spreker op het gebied van media-opvoeding. Onlangs rondde ze een masterscriptie af over de manosphere: ze onderzocht aan de hand van interviews hoe jongens van 11-15 jaar ultrarechtse online content ervaren en beleven. Haar doel was om die jongens te begrijpen (verstehen zeggen we in de sociale wetenschap) om er zo ook beter op te kunnen reageren. Elf tips om met jongens over de manosphere praten:

1. Neem het serieus
Het internet neemt deze jongens serieus, doe dat zelf ook. Bagatelliseer uitspraken niet, reageer niet (alleen) geschrokken, zet het niet weg. Erken de complexiteit van wat er speelt. Besef: tegenspraak betekent niet dat het gesprek mislukt, pubers spreken soms tegen om het tegenspreken.

2. Begin het gesprek al in de vroege puberteit
Al bij 11–12 jaar spelen deze processen, wacht dus niet te lang. Wat onweersproken blijft, kan ‘waarheid’ worden.

3. Zie de digitale wereld als opvoedruimte
Kinderen worden mede opgevoed door het internet en als volwassenen het gesprek niet voeren, doen influencers dat. De online wereld is een zorg-, politiek- en ethisch domein.

4. Begrijp wat eronder zit: erbij horen en erkenning
Zie het niet/alleen als gevaar, maar als ontwikkelfase. Pubers zoeken erkenning en status; rebellie en grenzen opzoeken horen bij deze leeftijdsfase (niets voor niets heet de scriptie Piemels en hakenkruizen). Het gaat vaker om conformisme dan ideologie.

5. Laat hem zich gezien voelen
Geef inhoudelijke complimenten, focus op gedrag en inzet (en dus niet op uiterlijk!).

6. Blijf in verbinding
Open de deur en houd de deur open. Breng bewust tijd samen door. (En leg zelf je telefoon weg tijdens gezamenlijke momenten!)

7. Stel open vragen
Afwijzing van ideeën kan voelen als afwijzing van hem en moraal opleggen werkt niet. Begeleid in plaats van te preken, stel open en onderzoekende vragen:

Waarom denk je dit? Waar heb je dat vandaan? Mag ik eens meekijken? Wat vind je er zelf van? Wat maakt dit belangrijk voor jou?

8. Gebruik indirecte vormen
Ga niet tegenover elkaar zitten, maar praat tijdens het wandelen of in de auto. Kijk samen een film en bespreek thema’s via het verhaal. Zet positieve rolmodellen in (nb: dit zijn vaak mensen dichtbij huis, denk aan een oom, trainer, buurman).

9. Stimuleer kritisch denken
Jongeren hebben behoefte aan filosofische gesprekken. In plaats van terecht te wijzen, zet hem aan het denken. Doorbreek gedachteloos meebewegen en creëer ruimte voor pluraliteit en verschil.

10. Contextualiseer en leg uit
Context kan denkbeelden snel nuanceren, corrigeer misinformatie zonder aanval. Er wordt online bijvoorbeeld allerlei onzin beweerd over feminisme. Leg zulke begrippen uit.

11. Wees alert op normalisering
Radicalisering gebeurt niet in één dag maar gaat geleidelijk. Maar: in groepsapps verschuiven grenzen snel en langdurige blootstelling maakt ontvankelijker. Normalisering → gewenning → ontmenselijking.

De maatschappij
Tot slot: dit is niet alleen een opvoedvraag, maar ook een maatschappelijk probleem. De gehele samenleving is opgeschoven naar rechts – je kunt dus ook niet zeggen dat dit simpelweg een effect is van sociale media (zie het opiniestuk dat ik daarover schreef voor Het Parool).

Gemeenschapsvoorzieningen zijn afgenomen, ook voor jongeren: er is minder jongerenwerk, minder buurthuizen. Uitgaan is veel duurder geworden. Het belang van de digitale wereld als ontmoetingsplek (games, fora, sociale platforms) is daardoor toegenomen. De gevolgen daarvoor kan je als individuele opvoeder nooit helemaal op je nemen, dit verdient ook beleidsaandacht.

CC beeld: still van Andrew Tate afkomstig van Anything goes with James English

Voor deze blogpost maakte ik gebruik van drie interviews met Kleijer: deze uit JM Ouders; deze uit Trouw; en deze van de website Zorgethiek.nu

 

Bekijk ook het panel met Jacqueline Kleijer, Jens van Tricht en mij tijdens het Betweter Festival vorig jaar:

DEEL DIT BERICHT