Home / Blog / Algoritmen zijn de nieuwe poortwachters, en dat is slecht nieuws

Algoritmen zijn de nieuwe poortwachters, en dat is slecht nieuws

LATER LEZEN

Mijn favoriete tech-socioloog Zeynep Tufekci schreef een stuk voor MIT Technology Review over connectiviteit. Ze schetst de ontwikkeling van sociale media eerst als hoop voor democratisering bij de Arabische Lente en later als tegenovergestelde in tijden van Trump. Dat punt is uiteraard al vaker gemaakt, maar ik wil er één element uitlichten dat mijn aandacht trok.

Kenmerkend voor de nieuwe technologieën (mobiele apparaten met goede camera’s en een internetverbinding in combinatie met sociale netwerken) is dat ze het traditionele poortwachters moeilijk maken. Voorheen konden overheden en media controle uitoefenen over dissidenten. Tijdens protesten als die in Iran in 2009 gingen beelden viraal die we anders nooit gezien hadden:

“It was a difficult image to see: a young woman lay bleeding to death on the sidewalk. But therein resided its power. Just a decade earlier, it would most likely never have been taken (who carried video cameras all the time?), let alone gone viral (how, unless you owned a TV station or a newspaper?). Even if a news photographer had happened to be there, most news organizations wouldn’t have shown such a graphic image.”

Mensen die eerder dachten alleen te staan in hun verzet, haalden nu kracht uit anderen die ze vonden via sociale netwerken.

Deze netwerken zien zichzelf niet als poortwachters, maat als neutrale platforms. Die publieke sfeer die zij faciliteren is druk, en er wordt veel desinformatie ingedeeld die eerder door de oude poortwachters werd uitgefilterd. Bovendien zijn die netwerken natuurlijk niet neutraal. Ze draaien op algoritmen die niet neutraal zijn, maar bedacht door mensen en bedoeld om gebruikers op de site te houden zodat er geld verdiend kan worden:

“[T]he new, algorithmic gatekeepers aren’t merely (as they like to believe) neutral conduits for both truth and falsehood. They make their money by keeping people on their sites and apps; that aligns their incentives closely with those who stoke outrage, spread misinformation, and appeal to people’s existing biases and preferences. Old gatekeepers failed in many ways, and no doubt that failure helped fuel mistrust and doubt; but the new gatekeepers succeed by fueling mistrust and doubt, as long as the clicks keep coming.”

Dit is het punt dat zo cruciaal is: de nieuwe poortwachters zijn algoritmen. Zij gelden als succesvol als ze erin slagen zoveel mogelijk clicks te genereren. En dat lukt goed als het vuurtje van wantrouwen en twijfel aanwakkeren – zie ook ons stuk over YouTube als radicaliseringsmachine.

Om daarop door te gaan (wat Tufekci niet doet): die houding van alles voor de clicks zien we bovendien niet alleen bij Facebook en Twitter, maar ook bij wat we traditionele media noemen. Kranten plaatsen opiniestukken waarvan ze weten dat er ophef over zal ontstaan op sociale media, en ze weten dat dit bezoekers trekt. Ook bij kranten wordt immers strak bijgehouden wat de meest gelezen én ‘besproken’ stukken zijn (tussen aanhalingstekens, want zeggen op Twitter dat iets een stom stuk is, is niet hetzelfde als bespreken). Redacties van praatprogramma’s werken op eenzelfde manier. Wat telt als een succesvolle uitzending wordt naast kijkcijfers ook afgelezen aan de hoeveelheid buzz op sociale media. Net als op YouTube geldt dus voor de late night shows: hoe extremer, hoe beter.

Algoritmen zijn dus niet alleen nieuwe poortwachters, ze sturen ook de traditionele, bestaande poortwachters aan. Dat is slecht nieuws voor de journalistiek, de publieke sfeer en – daarmee – voor de democratie.