Home / Blog / Escalerende protesten krijgen meer media-aandacht

Escalerende protesten krijgen meer media-aandacht

LATER LEZEN

Als je vroeger een demonstratie organiseerde, deelde je vooraf flyers uit met de aankondiging en belde je de mensen op je telefoonlijst. Tegenwoordig bestaan er sociale media, en protestbewegingen maken daar gretig gebruik van om hun achterban te mobiliseren. De Utrecht Data School onderzocht de dynamiek tussen platformen en protest [samenvatting, rapport].

De onderzoekers analyseerden demonstraties in Nederland in de periode 1 november 2019 tot en met 1 december 2020 onder de loep, die tenminste een keer in kranten genoemd werden. Ze richten zich op de zes protestthema’s die toen de meeste media-aandacht kregen: Viruswaarheid, Black Lives Matter, boerenprotesten, 5G, Zwarte Piet, en corona in het algemeen. Ze keken naar berichtgeving in kranten, Twitter en Telegram. Dat leverde rijke datasets op met verschillende soorten informatie: afbeeldingen, hyperlinks, tijdsaanduidingen en tekst. Om die te analyseren gebruikten ze diverse methoden, zowel kwalitatief als kwantitatief.

Er is sprake van zogeheten ‘topic communities’, gemeenschappen die elkaar rond bepaalde onderwerpen weten te vinden:

“Er zijn concrete aanwijzingen van pogingen tot samenwerking, zoals oproepen op Telegram om de verschillende belangstellenden van de verscheidene protestthema’s bij elkaar te brengen. De gemene deler blijkt een breed gedragen anti-establishmentsentiment. Dit is vooral terug te zien bij de actiegroepen omtrent boerenprotesten en anticoronamaatregelen. Maar deze groepen kunnen ook uit elkaar gaan, of er ontstaan afsplitsingen binnen een actiegroep. Radicaliseert een deel binnen een actiegroep of ontwikkelt zij een sterk van de oorspronkelijke thema afwijkende agenda, dan komt het regelmatig tot een afsplitsing of afhakende deelnemers” (p. 35-36).

De analyse van de Telegramgroepen laat zien dat oproep tot protest van Farmers Defence Force en QAnon-sympathisanten vaak leiden tot confrontatie met de politie. In deze groepen worden de overheid, pers en wetenschap afgeschilderd als vijanden van het volk. De onderzoekers schrijven daarover:

“We constateren dat hoe meer het wereldbeeld bepaald wordt door complottheorieën en hoe verder verwijderd van de empirische werkelijkheid en de wetenschappelijke consensus, hoe radicaler de topic community wordt in hun uitingen in tekst en beeld” (p. 36).

Een andere bijzondere conclusie is dat demonstraties die tot ongeregeldheden leidden meer aandacht van de media kregen, niet alleen terwijl een protest gaande was maar ook in de dagen daarna. Escalatie leidt dus tot aandacht. Maar berichtgeving gaat dan vaak over ongeregeldheden en niet meer over thema. Het is ook de vraag hoeveel goodwill je kweekt bij het publiek met zulk protest.

De onderzoekers vonden geen aanwijzingen voor filterbubbels: in alle topic communities wordt het meest naar mainstream media gelinkt. Die “geëtableerde media” informeren het debat en bieden een platform aan de demonstranten. Mensen zonder kennis van zaken mogen vrijuit in die mainstream media hun mening verspreiden. De onderzoekers eindigen daarom met de kritische noot:

“Wat door de redacties wellicht wordt begrepen als een gebalanceerde presentatie van verschillende posities, is in wezen het versterken van ongefundeerde meningen (Freedman & Goblot 2018). Er ontstaan hierdoor verbindingen tussen mainstream media en het alternatieve mediaecosysteem van online only media-outlets, die zonder enige journalistieke codex, vaak zonder impressum en zonder verantwoordelijkheid op YouTube, weblogs en social media-kanalen communiceren” (p. 37).

Hoe radicaler een protestgroep, hoe meer kans op media-aandacht dus, zonder dat de media daar kritisch op zijn of verantwoordelijkheid voor nemen. Het zijn nota bene diezelfde media die door exact die protestgroepen gedemoniseerd worden.

Beeld: screenshot van netwerkvisualisatie van verbindingen tussen verschillende Telegram-protestgroepen

TAGS
DEEL DIT BERICHT