Home / Blog / Studenten facebooken minder dan ze denken

Studenten facebooken minder dan ze denken

LATER LEZEN

Mediagebruik is notoir lastig om te meten. Onderzoekers laten respondenten meestal dagboekjes invullen, maar zelfrapportage komt ook veel voor: zelf inschatten hoeveel tijd je besteedt aan een specifiek medium. Zelfrapportage is vaak onbetrouwbaar omdat mensen hun activiteiten vaak over- of onderschatten. Met computergebruik is het mogelijk om activiteit exact te meten. Reynol Junco vroeg zich af [abstract] welke verschillen er zijn in tijd besteed aan Facebook. Zijn resultaten zijn belangrijk voor iedereen die geïnteresseerd is in mediagebruik.

Aan het onderzoek deden 110 Amerikaanse studenten mee. Zij moesten eerst voor een aantal activiteiten zelf opgeven (in aantal uren en minuten per dag) hoe vaak ze het gebruikten. Vervolgens werd er op de computers van 45 respondenten software geïnstalleerd die activiteit gedurende een maand bijhield. Deze software meet welke applicatie, website of document gebruikt wordt. Na twee minuten inactiviteit (dat wil zeggen, geen muis of toetsenbord gebruikt) stopt de software met loggen.

De resultaten laten zien dat de respondenten hun activiteiten hevig overschatten. Uit de zelfrapportage kwam naar voren dat deze respondenten dachten dat ze 145 minuten per dag op Facebook doorbrachten. In werkelijkheid brachten ze maar 123 minuten per dag op hun computer door. Van al die computertijd gaat 21 procent naar Facebook, waarmee het aantal werkelijke minuten op Facebook uitkomt op 26 minuten. Ook de andere gevraagde activiteiten worden zwaar overschat:

Activiteit Zelfrapportage Gemeten door software
Facebook 145 min. 26 min.
Twitter 73 min. 4 min.
Email 114 min. 6 min.
Informatie 167 min. 4 min.

Junco merkt op dat de standaarddeviaties bij zelfrapportages altijd erg hoog zijn. Dit betekent dat er veel spreiding is: er zijn dus veel verschillen onder de respondenten. Eerdere studies waarbij een dagboek gebruikt was zaten dichterbij de gemeten werkelijke tijd dan zelfrapportage studies. Het is opmerkelijk dat de zelfrapportage en werkelijke tijd wel correleren: dus studenten die dachten dat ze veel tijd doorbrachten op Facebook, brachten ook meer tijd daar door dan studenten die hun Facebookgebruik laag inschatten.

Waar zou het verschil vandaan kunnen komen? Junco oppert verschillende verklaringen:

  1. Zelfrapportage is niet specifiek genoeg. ‘Hoeveel tijd besteed je aan Facebook?’ zou ook kunnen worden opgevat als tijd besteed aan denken aan Facebook. In een nagesprek gaven studenten aan dat ze de hele dag aan Facebook dachten.
  2. Studenten krijgen voortdurend te horen dat hun leeftijdsgroep veel op Facebook zit. Dit zou hun inschatting van hun gebruik kunnen beïnvloeden.
  3. Facebook wordt niet alleen via de computer gebruikt. Het zou kunnen dat meerdere computers en mobiel gebruik het verschil verklaren.
  4. Zulk soort gebruik is lastig in te schatten omdat we het niet hoeven te doen. Vergelijk het met transport: je bent je voortdurend bewust hoe lang het duurt om ergens te komen omdat die informatie relevant is. Je doet dit niet met de tijd die je besteedt aan technologie omdat je dat nergens echt voor hoeft te weten.

Beeld: Freevector 

DEEL DIT BERICHT