Home / Blog / De irrelevantie van onderzoek naar politieke communicatie

De irrelevantie van onderzoek naar politieke communicatie

LATER LEZEN

Het valt niet mee om sociaalwetenschapper te zijn. Zo wordt er dagelijks in de media duiding gegeven op politicologische fenomenen, door mensen die soms nog nooit een politicologisch onderzoek hebben gezien – laat staan gelezen. In een recent essay in Political Communication [eerste pagina] verzucht Rasmus Kleis Nielsen, onderzoeksdirecteur van het Reuters Institute for the Study of Journalism aan de Universiteit van Oxford, dat “No One Cares What We Know”. Hij wil uitzoeken welke interne en externe factoren daar debet aan zijn.

Als externe factoren noemt hij bijvoorbeeld coproductie tussen journalisten en bronnen als het gaat om nieuwswaardigheid. Politieke communicatie als veld is daar niet goed in. Er zijn bovendien allerlei andere ‘kennisproducenten’ die dat wel goed kunnen. Als interne hindernissen ziet hij de nadruk op het produceren van peer-reviewed artikelen voor een klein academisch publiek. Waarom is er geen prijs vanuit het veld van politieke communicatie voor het beste engagement met het publiek of de meest effectieve wetenschapscommunicatie?

Kleis Nielsen onderscheidt twee vormen van kennisproductie:

Modus 1: “driven by academically exclusive, investigator-initiated, and discipline-based forms of knowledge production that tend to privilege ever more precise answers to inherited questions”

Modus 2: “the kinds of context-driven, problem-focused, and interdisciplinary forms of knowledge production that are central to some of the most successful fields in science today, like computer science, engineering, and medicine, fields that tend to encourage engagement with an evolving set of both inside and outside partners and focus on contemporary issues” (p. 147).

De eerste modus is naar binnen gekeerd, de tweede is gericht op verschillende publieken. Kleis Nielsen stelt dat onderzoekers in politieke communicatie vooral voor elkaar schrijven. Het verschil tussen de twee modi zit volgens hem niet in individuele voorkeur voor het een of het ander, maar ligt aan wat een onderzoeksgemeenschap erkent en beloont. Onder modus 1 is engagement met het publiek niet meer dan een hobby, in modus 2 is het soms zelfs onderdeel van het onderzoeksproces.

Als je meent dat je te druk bent om je onderzoeksresultaten met het grotere publiek te communiceren, zit je modus 1 en moet je je afvragen waarom je dit antwoord geeft:

“These different orientations not only change what people do, but also what it means. If the outside world seems to care more about Mode 2 research, perhaps this is in part because Mode 2 research seems to care more about the outside world? Let’s say for the sake of argument it takes three months of full-time work to produce a good peer-reviewed journal article. How often do we spend even 10% of that trying to communicate the findings? If your answer is “I don’t have time,” it is worth asking what institutions shaped that answer and whether they are conducive for what we want to be as a field” (p. 147).

Kleis Nielsen staat pragmatische hervorming voor, waarbij de focus wat minder op het eigen veld ligt en wat meer op mensen daarbuiten. Vragen die daarbij relevant zijn, zijn engagement met wie, met welk doel en op welke onderwerpen? Hij vat dit samen tot vier ideaaltypische vormen van engagement, weergegeven in onderstaand schema. Het onderscheid ligt tussen partijdigheid/onpartijdigheid en binnen/buiten.

Figure 1. Styles of engagement

Het schema biedt weinig handvaten voor hoe zo’n hervorming eruit moet zien. Daarbij geeft hij toe dat het geen oplossing biedt voor de externe factoren die bijdragen aan de vermeende irrelevantie van onderzoekers in politieke communicatie. Uiteindelijk doet het essay van Kleis Nielsen weinig. Hij roept namelijk ook niet op tot het aanpakken van de interne factoren – dat kan immers alleen door de organisatie van de sociale wetenschappen drastisch te veranderen. Het is daarbij veelzeggend dat hij dit stuk niet heeft gepubliceerd op een blog of ander publiek platform, maar in een journal dat achter een dikke betaalmuur zit (voor €36 mag je het 24 uur lezen).

Er zijn genoeg communicatiewetenschappers die volledig vastzitten in modus 1, maar er zijn er ook genoeg die onderzoek doen vanuit een geëngageerd perspectief en die via sociale media en blogs hun stem laten horen, ongeacht de waardering daarvoor vanuit instituties. Bovendien zijn er wel degelijk institutionele prikkels om het roer te keren, zie bijvoorbeeld de nadruk die beursverstrekkers als NWO zijn gaan leggen op kennisverspreiding. Modus 1 is in die zin al onhoudbaar.

TAGS
DEEL DIT BERICHT