Home / Blog / Het onbeheersbare in populaire cultuur: Halloween, potloden, bomen en hooligans

Het onbeheersbare in populaire cultuur: Halloween, potloden, bomen en hooligans

LATER LEZEN

Rituelen zijn overal, daar heb je geen religie voor nodig. Irene Stengs heeft zich erin gespecialiseerd: als bijzonder hoogleraar Antropologie van ritueel en populaire cultuur keek zij heel precies naar wat – voor veel mensen – vanzelfsprekend lijkt. Op 30 januari nam ze aan de VU afscheid met een rede over wat zij de “onbeheersbare dimensies in alledaagse cultuur” noemt.

Waarom het onbeheersbare? 
Beschaving is geen lineair proces, maar kent ook “ruwe en onbehouwen keerzijdes” waarbij normen en waarden – vooral die ten aanzien van seks en geweld – worden overschreden. Stengs besprak een aantal casestudies die “laten zien hoe culturele handelingen mensen handvatten geven voor het volgen van wat zij als belangrijk en daarmee vaak ook als het moreel goede of juiste beschouwen, dan wel daar rechtvaardiging voor vinden, al maken ook grove transgressies hier onderdeel van uit”.

Het gaat steeds om rituelen, omdat in geritualiseerde contexten “het onbeheersbare zich bij uitstek laat betrappen”. Op deze manier reeg Stengs de onderwerpen Halloween, potloden, bomen en hooligans aan elkaar.

Halloween staat voor een existentiële angst voor “onbeheersbaar cultuurgeweld” uit de VS. Ieder jaar vragen media Stengs waarom de populariteit van Halloween toeneemt ?’ De terugkerende aard van die vraagt ziet Stengs als een ritueel moment, “waarop steeds vaker het gevoel gearticuleerd wordt dat Nederlandse identiteit zich onzichtbaar maar gestaag, en daarmee onbeheersbaar, in een negatieve spiraal bevindt”.

Het potlood is een voorbeeld van een alledaags object dat verheiligd wordt. Stengs deed onderzoek naar de verering van Thaise koningen. Koning Bhumibol raakte onlosmakelijk verweven met potloden, omdat hij daarmee tijdens werkbezoeken aan de arme plattelandsbevolking aantekeningen maakte van hun dagelijkse zorgen . Zijn potloden werden later tentoongesteld in vitinekasten, als een soort relikwieën.

Bomen staan centraal in Stengs latere onderzoek. Neem bijvoorbeeld de Anne Frankboom, de kastanje waarop Anne uitkeek. Toen de boom ziek bleek werden tal van acties ondernomen om te boom te behouden. Daarna werden zaailingen geëerd en verkocht. Stengs bezocht ooit een uitvaart voor een geliefde Rode Beuk, “een volwaardig afscheid, alleen met dit verschil dat de beuk zelf natuurlijk niet in een kist in de aula lag – maar, weliswaar dood, nog buiten op zijn plek rechtop stond. Een zaailing van de Rode Beuk was, in een pot, bij de ceremonie in de aula aanwezig”. Er is hier sprake van een existentiële onrust die samenhangt met klimaatopwarming en afnemende biodiversiteit, oftewel: het onbeheersbare.

Hooligans houden van vuurwerk, zij noemen het afsteken ervan zelf ‘sfeeracties’. Op 30 november 2025 organiseerden de Amsterdam 5th Hooligans een herdenkingsritueel voor hun overleden vriend Tum, met als inzet doelbewust de wedstrijd binnen vijf minuten te laten staken.

Drie wetten van Stengs
Het sacrale heeft een tendens tot escalatie, stelt Stengs. Ze noemt als ‘eerste wet van Stengs’ dat rituelen een proces doorlopen  van vermeerdering. De hoeveelheid sacraal materiaal kan zich eindeloos uitbreiden, in het geval van koning Bhumibol tot “een potentieel immer uitdijend heelal van potloden, stompjes en slijpsel”. Onze omgang met bomen laat zien hoe onze drang tot rituele herbestemming vorm geeft aan steeds weer nieuwe herdenkingsrituelen. Zo is de houtkunstroute in Amsterdam – een wandeling langs stompen van bomen met sculpturen, “niet zozeer een kunstroute, maar ook een herdenkingsroute: een hedendaagse vorm van pelgrimage”.

Stengs wijst daarnaast op een element van competitie: er zijn bijvoorbeeld boom-van-het-jaar-verkiezingen. Ook de hooligans waren in competitie, namelijk met de harde kern van FC Groningen die twee jaar eerder na negen minuten een wedstrijd stil wist te laten leggen  De tweede wet van Stengs gaat daarom over uitvergroting. Die is een gevolg van de behoefte om bij elke nieuwe uitvoering van een ritueel de vorige te overtreffen. “Daarom worden paasbulten en andere vreugdevuren steeds hoger, schooltraktaties steeds bijzonderder, en bruiloften steeds groter en exclusiever.”

De derde wet betreft de paradox van gereguleerde ongeregeldheid. Voorstanders van rituelen als vreugdevuren en carbidschieten zijn bezig met een imagoverbeteringstraject en willen hun traditie erkend zien als immaterieel erfgoed. Daartoe moeten ze door “een enorme bureaucratische hoepel van formulieren, borgingsacties en cursussen” springen.

Dwingend 
Van zulke rituelen gaat een dwingende kracht uit:

“Eenmaal onderdeel van een sociale omgeving waar een bepaald ritueel vanzelfsprekend is, is niet meedoen geen eenvoudige optie [iedereen kan voor zichzelf nu even denken aan de dwingende verplichting die uit kan gaan van het jaarlijkse kerstdiner] want dat is onaardig of onfatsoenlijk, en getuigt van een gebrek aan betrokkenheid bij die omgeving. Een ritueel nog mooier, beter of groter uitvoeren getuigt daarentegen van het tegenovergestelde. Rituelen bieden mensen gelegenheid om uit te blinken en om te laten zien wie ze zijn, en waar ze, sociaal en maatschappelijk gezien, staan.”

De aantrekkingskracht van paasbulten en vuurwerk ligt precies in “hun opwindende ruigheid”:

“Het is binnen liminele contexten dat het onbeheersbare zich onstuitbaar, althans zo lijkt het, kan manifesteren en waar … agressie en destructie de norm lijken te zijn. Voor vuurwerkhooligans vergroot het stadionverbod op vuurwerk alleen maar de grootsheid van hun wapenfeiten. ‘Ik leid mijn eigen leven’, de titel van een André Hazesnummer, was het levensmotto van voetbalhooligan Tum, een motto dat onbeheersbaarheid uitdraagt als levensstijl.”

DEEL DIT BERICHT