Home / Blog / Shame sexting van dichtbij bestudeerd: wat blijft onzichtbaar?

Shame sexting van dichtbij bestudeerd: wat blijft onzichtbaar?

LATER LEZEN

Onlangs promoveerde Willemijn Krebbekx op een waardevol proefschrift over jongeren en seksualiteit op Nederlandse middelbare scholen. Ze deed uitvoerig veldwerk op vier scholen met verschillende niveaus, twee binnen de Randstad en twee er buiten. Ze verzamelde data door participerende observatie, individuele interviews en groepsinterviews. Een van haar deelstudies gaat over wat wel shame sexting wordt genoemd: het verspreiden van een naaktfoto. Het voorval gebeurde op een vmbo-school met zo’n 300 leerlingen, buiten de Randstad. Zoe is de gefingeerde naam van het slachtoffer.

Krebbekx laat zien dat wat er gebeurt als de foto verspreid wordt een vaststaand scenario volgt, waarbij het meisje dat slachtoffer is schuld en verantwoordelijkheid krijgt toegeschreven, samen met een lage eigenwaarde. Bovendien worden allerlei elementen uitgegumd, zoals de groepjes die er bestaan op school en de ‘economie van foto’s’ waar het beeld onderdeel van uitmaakt.

Schuld en circulatie
Een van de ouderejaars liet een docent de foto zien en zo kwam het bij de staf terecht. Docent Oosten probeerde met Zoe te praten, die steeds zei ‘het is mijn eigen domme schuld’. De docent belde met haar ouders (de vader huilde, de moeder dacht aan een loverboy). Omdat de dader niet op dezelfde school zat, zocht zij geen contact met hem. Mevrouw Oosten plaatste vervolgens een notitie in het schoolsysteem, zichtbaar voor alle docenten, dat Zoe haar ouders doodzwijgt, geeneens goedemorgen zegt en gewoon doet waar ze zin in heeft. Het gedrag van Zoe thuis werd zo onderdeel van het probleem gemaakt en de oorzaken werden in Zoe gezocht. Ze zou het verkeerde pad op gaan.

Krebbekx laat zien hoe de foto niet alleen digitaal circuleerde, maar hoe leerlingen elkaar ook fysiek de foto toonden, op de mobiele telefoon. Bovendien werd er over de foto en over Zoe gesproken, ook een vorm van circulatie. De interventie van de docenten versnelde die circulatie. Ook Zoe’s beste vriendinnen legden de schuld bij haar en waren boos op haar, zelfs toen ze in de klas moest huilen. De verspreider bleef buiten schot, ‘Zoe deed het zelf’ is de reactie. Dit sentiment kwam ook van Mevrouw Oosten: ‘waarom doen ze dit toch?’ – doelend op meisjes-meervoud.

Later werd het gehele verhaal duidelijk: Zoe had de foto gestuurd omdat Joey, de betreffende jongen, er alleen voor haar zou zijn als ze dat zou doen. Joey deelde de foto vervolgens met zijn beste vriendin Sara, die hem doorstuurde aan al haar Whatsapp-contacten. Er was nauwelijks ruimte voor Zoe om haar kant van het verhaal te vertellen. Nog weer later, een half jaar verder, vertelde Zoe aan Krebbekx dat zij meer naaktfoto’s had genomen dan degene die rondging. Ze was zelf in bezit van meerdere dickpics van jongens die ze hield als pressiemiddel om verspreiding van haar foto’s te voorkomen.

Groepjes en de economie van foto’s
De boosheid van Zoe’s (witte) vriendinnen bleek voor hen samen te hangen met een eerdere verandering in Zoe’s gedrag: ze ging minder met hen om en meer met ‘bruinen’ van een andere school. Zoe had volgens hen geheimen. Krebbekx vestigt de aandacht op bestaan van verschillende groepjes (netwerken) gebaseerd op geografische grenzen zoals verschillende scholen en dorpen. Sociale media overbruggen die grenzen.

De jongeren gebruikten hun telefoons vrijwel de gehele dag om foto’s te maken. Op ieder moment kon een groepje meisjes ‘selfie!’ roepen en dan poseerde iedereen direct. Foto’s werden continue gedeeld, via de wifi van de school. Het posten, liken en commenten kan gezien worden als een economie: productie, consumptie en waardering. Die  economie is gendered. Gevraagd worden om een naaktfoto is voor meisjes een teken van begeerd worden, maar er daadwerkelijk een versturen kan reputatieschade betekenen. Voor jongens is het in het bezit hebben van een naaktfoto bewijs dat een meisje iets voor hem gedaan heeft. Ook voor meisjes kan zulk ‘bezit’ waarde hebben, als brengt het verspreiden van naaktfoto’s van jongens hen aanzienlijk minder schade toe. Het voorval werd binnen de school echter als geïsoleerd van deze economie behandeld.

Implicaties
In de media en in wetenschappelijke studies wordt sexting als een specifiek scenario gebracht dat alvast voorschrijft hoe iedereen hoort te reageren. De schuld wordt daarin heel duidelijk bij het vrouwelijke slachtoffer gelegd. Krebbekx laat zien dat er in dat scenario geen plek is voor een aantal zaken die wel van belang zijn: de verschillende groepjes, de jongens die ook naaktfoto’s versturen, de alledaagse technologische processen van circulatie van foto’s en de gegenderde aard daarvan.

Het scenario nodigt allerlei acties uit: de interventie van de docenten, het slachtoffer dat ruzie zoekt met de verspreider, roddelen over het slachtoffer. Het scenario bepaalt hoe we kunnen denken over sexting: een naïef, onzeker pubermeisje dat indruk wil maken op een jongen. Andere versies zijn daardoor niet mogelijk.

TAGS
DEEL DIT BERICHT