In de negentiende eeuw kon je op de kermissen en in de theaters van steden als Parijs, Brussel en Amsterdam genieten van shows op het grensvlak tussen goochelen en wetenschap. ‘Professeurs’ demonstreerden voor een publiek optische illusies en nieuwe uitvindingen zoals elektriciteit. Wetenschappelijke vondsten werden zo onderdeel van spektakel, en de shows werden druk bezocht.